André Gielis

André Gielis – °1952

Een scriptie als contactbemiddelaar

Op 20 februari 1978 woonde ik in Antwerpen aan de toenmalige UFSIA een lezing bij van Jan Hendrik van den Berg over het Centre Pompidou, een onderwerp dat hij later – in 1989 – uitwerkte in zijn boek Hooligans.   De aula was tot de nok gevuld en ik volgde de lezing noodgedwongen zittend, maar ademloos, op de gangtrappen.  Na de lezing introduceerde Jacques Claes, professor aan de UFSIA, mij bij Jan Hendrik van den Berg zodat ik hem een exemplaar kon  overhandigen van mijn scriptie of licentiaatsverhandeling  (De psychologie in het metabletisch denken van Prof. Dr. J.H. van den Berg) die ik in 1977 voltooide.  Met  Jacques Claes, die in 1970 promoveerde bij Jan Hendrik van den Berg op De dingen en hun ruimte, had ik tijdens het schrijven van mijn scriptie enkele inspirerende gesprekken mogen voeren over de metabletica.  Enkele weken later, op 5 april 1978, schreef Jan Hendrik van den Berg mij een brief waarin hij zijn waardering voor mijn scriptie uitdrukte en mij vroeg te overwegen om bij hem te promoveren.  Om een aantal redenen koos ik ervoor dit niet te doen en mij te richten op mijn werk in de welzijnszorg.

Het toeval wilde dat Ruud Hemel, toen eveneens reeds enkele jaren bijzonder geboeid door het oeuvre van Jan Hendrik van den Berg, in dezelfde periode contact nam met hem.  Ruud was op zoek naar ‘alle’ publicaties of informatie over en rond metabletica en Jan Hendrik van den Berg.  Vandenbergiana, zoals hij het noemde op voorstel van de meester zelf.  Marius Jacobs, auteur van enkele artikels over metabletica, vertelde aan Ruud dat Van den Berg openstond voor reacties van lezers.  Ruud maakte meteen een afspraak met Van den Berg.  Het zou niet de laatste keer zijn.  Van den Berg leende mijn scriptie uit aan Ruud, en via een brief van mij die in mijn scriptie zat, kwam Ruud aan mijn adres en telefoonnummer.  In de bibliografie stond een aantal titels van artikels en recensies die nog niet in zijn bezit waren.  Op 26 september 1978 stuurde hij mij het lijstje met publicaties die ik mocht klaarleggen en kondigde hij aan dat hij de komende week – op 5 oktober 1978 – vanuit Emmen naar Turnhout zou komen.  Afstand 270 km, enkel.  Zo werd mijn scriptie over metabletica de bemiddelaar van het eerste contact tussen Ruud en mezelf. 

Ruud neemt binnen de kring van de ‘geestverwanten’ in de metabletica een bijzondere plek in.  Hij is geen academicus, volgde geen hogere opleiding en was in de jaren zeventig bouwvakker van beroep.  Zijn culturele interesse echter voedde hij met boeken.  De populariteit van de metabletische boeken in die periode was hem niet ontgaan, en zoals het meestal gaat, leidden toevalligheden hem naar het werk van Jan Hendrik van den Berg.  En eenmaal in contact met de metabletica heeft hij dit niet meer losgelaten.   Als een ‘bouwvakker’ gebruikte hij elk boek, elk artikel, elke lezing van Jan Hendrik van de Berg of van  auteurs in binnen- en buitenland die iets te vertellen hadden over metabletica, als een ‘bouwsteen’ van een groot metabletisch bouwwerk.  Het is voor hem een huis van inzicht in hoe het werd opgetrokken, met fundamenten en ornamenten, met stevige pilaren en schragende muren, maar ook met zwakkere draagbalken.  En, gelukkig, ook met grote ramen.  Dank zij die ramen is metabletica voor Ruud ook een huis van uitzicht op het panorama van de geschiedenis van de Westerse mens en het landschap van zijn tijd.  Ook op dat weidse uitzicht hield Ruud voortdurend zijn blik gericht. In eigen beheer publiceerde hij meerdere boekjes waarin hij verder bouwt op de door Van den Berg gelegde metabletische gelijktijdige verbanden.

Het speurwerk van Ruud doorheen kranten, tijdschriften, boeken en later ook het internet naar alles wat een metabletische lading heeft, is buitengewoon.  Elke nieuwe publicatie omtrent metabletica was voor hem als een metabletisch feit op zich.  Later, vanaf 1995 werkte hij in een kringwinkel op de afdeling boeken.  Een ideale plek voor hem om Vandenbergiana op het spoor te komen …  Hij beperkte zich ook niet tot wat strikt metabletisch genoemd kan worden, maar toonde ook veel interesse in verwante (fenomenologische) denkers als Ton Lemaire, Cornelis Verhoeven, F. de Graaff, e.a.

Al die bouwstenen en bouwsteentjes metselde Ruud goed vast in zijn geheugen.  Op die manier kon hij mij vaak helpen om specifieke publicaties, data of passages terug te vinden.  Hij stuurde mij per post fotokopies van artikels of leende mij de originele artikels uit zodat ik ze zelf kon kopiëren en aan mijn documentatie kon toevoegen.   Gelukkig verkleinde het internet de afstand tussen onze woonplaatsen aanzienlijk, en maken we regelmatig gebruik van de mogelijkheden van digitale uitwisseling.   Maar hoe dan ook, dankzij de bouwstenen die Ruud sinds 1978 aandroeg, werd mijn belangstelling voor de metabletica blijvend gevoed met een stroom aan ‘nieuwe feiten’.  Waarvoor dank. 

Woord vooraf (2024)

Van historische psychologie naar historische fenomenologie.

Nu ik na bijna 50 jaar terugblik op mijn licentiaatsverhandeling (in de hedendaagse terminologie spreken we van een ‘masterproef’), sta ik even stil bij de aandacht die ik besteedde aan de filosofie in het metabletisch denken van Jan Hendrik van den Berg.   Niettemin luidt de titel: De psychologie in het metabletisch denken van Prof. Dr. J.H. van den Berg.   Het lag voor de hand dat ik in een licentiaatsverhandeling aan de Faculteit Psychologie van de K.U.L. de relatie tussen metabletica en psychologie zou verhelderen.  Daartoe gaf Van den Berg trouwens in 1956 zelf aanleiding met de ondertitel van zijn Metabletica: Beginselen van een historische psychologie.  Initieel presenteerde de metabletica zich dus als een psychologische discipline.  Jacques Claes, in 1970 promovendus bij Van den Berg met De dingen en hun ruimte, sprak in een verhelderend artikel uit 1971 (1) van “een psychologie van het geschieden”.   

Daarnaast raakt de metabletica inhoudelijk belangrijke psychologische thema’s aan.  Het gaat nochtans niet om introspectieve beschouwingen over de subjectieve lotgevallen van de mens doorheen onze geschiedenis.  Van den Berg verwondert zich daarentegen voortdurend over de relatie van de mens tot zijn wereld, tot zijn lichaam, tot de anderen en – als gelovige of niet gelovige – ook tot God.  Zijn visie dat we fundamenteel aangewezen zijn op wat buiten onszelf ligt, op een ‘exterieur’, wortelt in de fenomenologie.  Van den Berg promoveerde in 1946 bij H.C. Rümke als psychiater op De betekenis van de phaenomenologische of existentiële anthropologie in de psychiatrie, en getuigt zelf dat zijn dissertatie, “geheel in de geest van Heideggers Sein und Zeit is geschreven” (2).  Ik zou hieraan willen toevoegen dat ook zijn metabletische boeken getuigen van Heideggers invloed.  “Wie de mens wil leren kennen, moet hem zo spoedig mogeljk verlaten” (3),  is voor Van den Berg het motto van een fenomenologische psychologie waarin de mens relatie is tot zijn wereld, Dasein, ginds-zijn (4).   De architectuur, de wetenschappen, de literatuur, de schilder- en beeldhouwkunst, de spiritualiteit, … het zijn bij uitstek domeinen waarin de metableticus de mens doorheen de geschiedenis leert kennen.   De originaliteit en eigenheid van de metabletica ligt hierin dat ze homologe of heterologe gelijktijdigheden in de geschiedenis fenomenologisch onderzoekt en interpreteert.  Wat zegt het over de mens omstreeks 1628 dat William Harvey in dat jaar de bloedsomloop ontdekt en het hart definieert als een pomp, en Jean Eudes een jaar later de devotie van het Heilig Hart sticht?  Waarom gebeuren deze initiatieven, onafhankelijk van elkaar, gelijktijdig?

Als metableticus blijft Van den Berg steeds ook psychiater: uitgaande van een fenomenologisch-psychologische visie op de mens stelt hij een diagnose van ons gezamenlijk historisch verleden.  Die diagnose heet: ‘vervreemding’ en vormt inhoudelijk een centraal psychologisch thema in de metabletica (5).  Sinds ongeveer het jaar 1000 vervreemdde de Westerse mens gaandeweg van de aarde en de wereld (Metabletica van de Materie en Gedane zaken), van zijn lichaam dat net als de wereld gemechaniseerd werd (Het menselijk lichaam, deel 1 en deel 2), van de anderen (Leven in Meervoud) en tenslotte ook van de Andere (Metabletica van God).  Heel dit gebeuren van vervreemding had bovendien ingrijpende gevolgen voor het ontstaan en de uitgroei van de psychologie als wetenschap en van de psychotherapie in het bijzonder. 

In mijn verhandeling leerde ik de metabletica dus kennen als een mengvorm van historische en fenomenologische psychologie.  Vanaf 1987 omschrijft Van den Berg in enkele publicaties zijn leer echter niet langer als historische psychologie, maar als historische fenomenologie (6).  Een verantwoording hiervoor geeft hij niet, maar het is wellicht geen toeval dat hij die term voor het eerst gebruikt in een publicatie door het Simon Silverman Phenomenological Center in Pittsburg, USA.  Hij had nauwe contacten met dit instituut, genoot er veel waardering en gaf er lezingen.  In 1999 publiceerde het instituut een symposiumverslag dat volledig aan de metabletica als historische fenomenologie is gewijd (7).  Van den Berg heeft wellicht begrepen dat in de profilering van zijn  metabletica de fenomenologie te verkiezen valt boven de psychologie.  Herhaaldelijk kritiseerde hij de psychologie die volgens hem te veel ten prooi was gevallen aan het positivisme.  Als exponent van het solipsistische, individualistische en evolutionair denken, stond de psychologie veraf van zijn fenomenologisch denken. In 2002 bevestigt Hub Zwart in zijn gedegen en uitgebreide studie over de metabletica de wending in de terminologie van Van den Berg  (8). 

Historische fenomenologie geniet ook mijn voorkeur omdat deze term veel dieper doordringt tot de dragende filosofie van de metabletica.  Van den Berg heeft zijn methodiek en begrippenkader weinig gesystematiseerd, en indien wel eerder ‘en passant’ of ‘in de marge’.  Dat stichtte niet zelden verwarring in de perceptie van zijn leer.   Maar het is wel duidelijk dat zowel bij Van den Berg zelf als in de perceptie van zijn werk door andere auteurs, de fenomenologie gaandeweg meer gewicht kreeg dan de psychologie.   Dit valt ook op in de bundel De vele gezichten van de fenomenologie (2007). Van den Berg krijgt hierin een plaats naast grote bekende fenomenologen als Husserl, Heidegger, Sartre, Merleau-Ponty, Levinas e.a.  De titel van het mooie artikel van Jacques De Visscher over J.H. van den Berg spreekt voor zich: Fenomenologie als dienstmaagd van de metabletica (9).   Hij licht hierbij toe dat fenomenologie en metabletica niet samenvallen maar zich op een specifieke wijze tot elkaar verhouden. 

Het is dus niet verwonderlijk dat ik vijftig jaar geleden in mijn verhandeling reeds proportioneel veel aandacht besteedde aan de fenomenologische grondslagen van de metabletica.  Als Van den Berg bijvoorbeeld schrijft dat het onbewuste en de neurose ontstaan zijn, of dat het menselijk hart wezenlijk veranderde toen William Harvey het in 1628 voor het eerst ‘een pomp’ noemde, dan doet hij dat op basis van een  fenomenologische ontologie, geïnspireerd door vooral Heidegger.  Veel kritieken op de metabletica gaan helaas voorbij aan dit specifieke denkkader, en verwerpen de metabletica vanuit wat Hub Zwart een lectuur van buitenaf noemt.  Zo begrepen bijvoorbeeld de  kritieken uit positivistische hoek niet dat heel het oeuvre van Van den Berg juist een oproep is om de positivistische blik, die de wereld onttovert, niet als de enig mogelijke te zien.  Deze oproep verstaan en beantwoorden vereist “een lectuur van binnenuit die geïnteresseerd is in de auteur zelf, in diens werk als zodanig, als project, als oeuvre”.  Deze lectuur is niet noodzakelijk onkritisch, maar bekritiseert auteurs “daar waar zij minder radicaal of consequent zijn dan zij hadden kunnen zijn, (…) en beoogt riskante misverstanden of onduidelijkheden in het oeuvre, die inadequate of afzwakkende interpretaties mogelijk maken, op te helderen, om deze inadequate interpretaties te blokkeren. (…) De lectuur van binnenuit is niet onkritisch, maar ontleent haar criteria voor kritiek aan het oeuvre zelf.”  (10) 

Ik stel met genoegen vast dat ik dit als jonge student goed heb begrepen.  Om die reden ben ik in de eerste hoofdstukken dieper ingegaan op de wijsgerige grondslagen van het metabletisch denken.  De term ‘historische fenomenologie’ heb ik destijds bedacht noch gebruikt.  Maar de titel en de inhoud van mijn verhandeling verraadden voldoende dat ik de metabletica niet wilde verengen tot een psychologie. De fenomenologische grondslagen van de metabletica erkennen en duiden was voor mij essentieel om van binnenuit de psychologie de juiste plaats te geven in het metabletisch denken: een fenomenologische psychologie van de vervreemding doorheen onze geschiedenis.

Tot slot: na het voltooien van mijn verhandeling verschenen nog meerdere belangrijke metabletische boeken van J.H. van den Berg.  Ze vonden nog veel weerklank, maar werden niet meer met dezelfde intensiteit becommentarieerd als de eerste grote metabletische studies.  Dat Van den Berg vanaf ongeveer 1970 soms controversiële maatschappelijke standpunten innam, deed zijn aanvankelijke populariteit tanen.  Desondanks verschenen er over metabletica enkele boeiende bundels met bijdragen van diverse auteurs (11). En in Canada publiceerde het Center for Metabletic Inquiries van Ottawa van 2010 tot 2019 twee maal per jaar het Journal of Metabletica, met bijdragen van Canadese, Amerikaanse en Europese auteurs.  In enkele persoonlijke publicaties kon ik zelf mijn visie op de metabletica verruimen en verdiepen (12).

André Gielis juli 2024

Adres: Steenweg op Turnhout 61 bus 6, 2360 Oud-Turnhout (België) andre@gielis.net

Ik dank Ruud Hemel voor de hulp bij de reconstructie van het gebruik van de term historische fenomenologie door Van den Berg en andere auteurs.  Informatie hierover is ook te vinden op de website van Ruud Hemel www.nieuwemetabletica.nl  (onder rubriek ‘Leer der veranderingen’). 

 

J.H. van den Berg, 2006 © André Gielis

  1. J. Claes,  Metabletica of psychologie van het geschieden.  Streven, 1971, 24, p. 511-522.
  2. J.H. van den Berg  (De Visscher, J. en Zwart, H. – red.),  Op het scherp van de snede.  Memoires van een gewraakt schrijver.  Pelckmans – Klement, 2013, p. 84 en 95.
  3. J.H. van den Berg, Menselijk lichaam, menselijke beweging.  Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie, 1950, 5, p. 295.
  4. Zie mijn verhandeling, p. 251 e.v.
  5. Zie mijn verhandeling, p. 255 e.v.
  6. Van den Berg gebruikte de term in volgende publicaties:
    1.  J.H. van den Berg, The Rise and Fall of the Medical Model in Psychiatrie: a   Phenomenological Analysis.  In: Psychiatry and Phenomenology (Series: The Annual Symposia of the Simon Silverman Phenomenology Center), Pittsburg, Duquesne   University, 1987, p. 1-24.  (Nederlandse vertaling: Oorsprong en verval van het medische   model in de psychiatrie.  Een fenomenologische uitleg. Scripta Medico-Philosophica, Schrift 6, 1989, p. 6-30.)
    2.  J.H. van den Berg, Hooligans.  Metabletisch onderzoek naar de betekenis van Centre Pompidou en Crystal Palace, Nijkerk, Callenbach, 1989, p. 17-18.
    3.  J.H. van den Berg, Metabletics: Its Origin and Application.  In: Simon Silverman Phenomenology Center, Metabletics: J.H. van den Berg’s Historical Phenomenology.     (Series: The Annual Symposia of the Simon Silverman Phenomenolgy Center), Pittsburg,     Duquesne University, 1999, p. 47-59.
  7. Simon Silverman Phenomenology Center, Metabletics: J.H. van den Berg’s Historical Phenomenology.  (Series: The Annual Symposia of the Simon Silverman Phenomenolgy Center), Pittsburg,  Duquesne University, 1999.
  8. H. Zwart, Boude bewoordingen.  De historische fenomenologie (‘metabletica’) van Jan Hendrik van den Berg. Kampen – Kapellen, Pelckmans – Klement, 2002.  
    In 1999 reeds gebruikte Michael P. Sipiora dezelfde term:
  9. J. De Visscher,  Fenomenologie als dienstmaagd van de metabletica.  In: C. Aydin (red.), De vele gezichten van de fenomenologie.  Klement – Pelckmans, 2007, p. 153-175.
  10. H. Zwart, o.c., p. 13.

  11. Bundels over metabletica:

1.  Kruger, D. (Red.), The Changing reality of modern man.  Opstellen aangeboden aan J.H. van den Berg.  Nijkerk, Callenbach, 1984.

2.  Vandereycken, W. en De Visscher, J. (Red.), Metabletische perspectieven.             Beschouwingen rond het werk van J.H. van den Berg. Leuven/Amersfoort, Acco, 1995. (Met medewerking van R. Bauer, G. Bodifée, J. Claes, L. Dupré, A. Gielis, P. Heij, H. Struyker Boudier, J.C. van der Wal).

3.  Van Belzen, J.A., Metabletica en Wetenschap.  Kritische bestandsopname van het werk van J.H. van den Berg, Rotterdam, Erasmus Publishing, 1997.  (Met medewerking van J.H. van den Berg, A.W.M. Mooij, M.B. Spranger, W. van Hoorn, J.A. van Belzen, L. Laeyendecker).

4.  Simon Silverman Phenomenology Center, Metabletics: J.H. van den Berg’s Historical Phenomenology.  The Sixteenth Annual Symposium of the Simon Silverman Phenomenolgy Center, 1999, Pittsburg, Duquesne University. (Met bijdragen van B.    Jager,    B. Mook, M. Sipiora en J.H. van den Berg).

5. Janus Head. Journal of Interdisciplinary Studies in Literature, Continental Philosophy, Phenomenological Psychology, and the Arts.  Special Issue: J.H. van den Berg.  Volume 10, Issue 2, October 2007 – http://janushead.org/2007/10/

12. Eigen publicaties:

1.  Gielis, A., Metabletica en evolutie.  De psychologie in de greep van het evolutionisme? (N.a.v. Koude Rilling over de rug van Charles Darwin van J.H. van den Berg).  Tijdschrift voor Psychiatrie, 1984, 27, p. 1-12.

2.  Gielis, A., Hooligans en gezagscrisis.  (N.a.v. Hooligans van J.H. van den Berg).    Tijdschrift voor Psychiatrie, 1990, 32, boeken 2, p. 1-8.

3.  Gielis, A., De adolescent als hooligan.  Metabletische aspecten van probleemgedrag bij jongeren.  Tijdschrift voor Klinische Psychologie, 1991, 21 (4), p. 239-253.

4.  Gielis, A. en Vandereycken, W.,  Metabletica of psychologie van het historische bestaan.  Enkele krachtlijnen en beginselen.  In: Vandereycken, W. en De Visscher, J.   (Red.)  Metabletische perspectieven.  Beschouwingen rond het werk van J.H. van den Berg. Leuven/Amersfoort, Acco, 1995, p. 13-31.

5.  Gielis, A., Kleine dienaren tussen gelijkheid en geloof.  Metabletische en    antropologische beschouwingen over gezag in de opvoeding.  In: Vandereycken, W. en De Visscher, J. (Red.)  Metabletische perspectieven.  Beschouwingen rond het werk   van J.H. van den Berg. Leuven/Amersfoort, Acco, 1995, p. 85-111.

Opmerking over het drukwerk van de verhandeling

Voor het drukwerk van mijn verhandeling koos ik destijds voor stencils.  Dat bood de mogelijkheid om mijn verhandeling op meerdere exemplaren te drukken voor familieleden en vrienden.  Helaas kwam dit inmiddels verdwenen procedé de kwaliteit van het drukwerk niet ten goede.  In deze gedigitaliseerde versie zijn hiervan de sporen soms duidelijk merkbaar. Het belemmert hopelijk niet de leesbaarheid.  De tekst van de verhandeling is opgedeeld in 9 PDF-bestanden.  Het 10de PDF-bestand bevat de bibliografie.