Ruud Hemel

Ik ben Ruud Hemel geboren in een van de beste bouwjaren;1950
Ik ben beheerder van deze website.     

Hoe raakte ik geboeid door de metabletica?   Ik was als jonge man geïntrigeerd door Freud en Jung en daarom kocht ik op 7 januari 1971 mijn eerste boek van J.H. van den Berg: Dieptepsychologie, verschenen in december 1970.   Opmaak en presentatie van dit boek waren voor mij op het eerste zicht al een sterk punt.  De metabletische laag en het verhaal over het anti-ik in het boek ontgingen mij toen nog, maar de brede aanpak met de illustraties bevielen me zeer.  Het boek dat in de bibliotheek van Emmen naast Dieptepsychologie stond en er ook inhoudelijk dicht tegen aanzat, was Leven in meervoud.  Het werd het tweede boek van J.H. van den Berg dat ik aanschafte.  Het werd een leeservaring alsof de schellen me van de ogen vielen.  Vooral de hoofdstukken over narcose en fotografie deden me versteld staan.  Daarna kocht ik in de loop van 1971 alles wat er tot dan toe van Van den Berg verschenen was. 

Een van mijn zussen ging eind jaren zestig werken als verpleegster in een psychiatrische inrichting, en wel Brinkgreve te Deventer.

In haar opleidingstijd nam ze wel eens de leerboeken psychiatrie mee naar het ouderlijk  huis. De psychoanalyse en de typologie van Kretschmer maakten veel indruk, zonder dat ik het allemaal begreep ging er een sterke suggestie van uit dat wanneer je Kretschmer en Freud begreep je de mens veel beter zou begrijpen. Zo vroeg ik in een lokale boekhandel naar een werk over dieptepsychologie en raakte in het bezit van Dieptepsychologie door J.H. van den Berg (7.1.1971) dat net uit was.

De volgende belangrijke halte op mijn parcours was De Volkskrant die op 17 januari 1974 in de bus viel.  Daarin stond onder de titel ‘Prof. Van den Bergs eigen wereld’ een recensie door Ferd. Rondagh van De metabletische methode van S.T. Parabirsing, een dissertatie over de leer der veranderingen.    In dit boek staan de belangrijkste recensies en kritieken vermeld die over de metabletische reeks geschreven waren.  Via De Koninklijke Bibliotheek begon ik die allemaal te verzamelen en uiteraard ook te lezen.  Parabirsing wees er ook op dat Thomas Kuhn en Michel Foucault in dezelfde richting dachten als J.H. van den Berg.  Daarnaast gaf De metabletische methode een samenvatting van de metabletische boeken (tot en met Metabletica van de Materie, 1968), maar voor wie die boeken kende, voegde dit niet veel toe. De ’tien stellingen’ die promotor P.J. Thung ’ten geleide’ schreef, spraken mij meer aan.  De recensie van Rondagh vestigde vooral de aandacht op de visie van Van den Berg over de pijnbeleving en de narcose, en over het verband tussen de ontdekking van de fotografie en het ontstaan van het meervoudige gezicht.  In zijn boek stelt Parabirsing dat metabletica een poging is om een visie gestalte te geven.  Niet dé poging, maar ‘een’ poging.  Een van de vele mogelijkheden.   Kortom:  ’Prof. Van den Bergs eigen wereld’ is niet dwingend.   

Hoe dan ook, de recensie van Rondagh en het boek van Parabirsing  gaven mij wel het gevoel dat ik mij met iets bijzonders bezig hield.  Dit werd nog extra aangewakkerd door het zien van een  tv-portret over J.H. van den Berg in de serie Markant, uitgezonden op 19 oktober 1975.   Bij de naam van P. Hoogenboom, leraar geschiedenis, deelnemer in deze uitzending en auteur van boeiende recensies over de eerste metabletische boeken, stond als woonplaats Emmen vermeld.  Zo werd deze stadsgenoot de eerste met wie ik over de metabletica ‘face-to-face’ communiceerde.  

De tv-uitzending werd besproken door M. Jacobs in het tijdschrift Streven van april 1976 onder de titel ‘Metabletica, televisie, botanie, bellettrie’.  En zo werd Streven voor mijn studie van de metabletica onontkoombaar.  Vanaf 1956 met een bespreking van Metabletica door J.M. Kijm tot in 2018 met Stijn Geudens’ Kerkbouw en theologie in de Middeleeuwen.  Drie metabletische momenten, heeft dit tijdschrift frequent aandacht gehad voor Van den Berg.  Na 2018 ging het digitaal.

Eveneens onvermijdelijk in mijn verkenning van de metabletica was Marius Jacobs zelf, die is als vriend en wetenschapper artikels schreef die de metabletica mee constitueerden.  J.H. van den Berg wist zich hierdoor zeker bevestigd.  Via Jacobs werd de term ‘metableticus‘ een van de eerste keren gebruikt.  Hij was ook de eerste die de metabletica toepaste in zijn artikel Film in meervoud door te wijzen op de gelijktijdigheid van Leven in meervoud en de film 8½ van Fellini.  Hij gaf in 1968, in een Engelstalig artikel, de metabletische methode reeds weer nog voor Van den Berg dit zelf deed in zijn Metabletica van den Materie, eveneens in 1968.  Door middel van zijn artikel in Streven in 1976 kreeg ik contact met M. Jacobs en hij vertelde me dat van den Berg openstond voor vragen over zijn werk. 

En zo kwam ik bij Jan Hendrik van den Berg zelf.  Op 19 augustus 1978 mocht ik naar zijn toenmalige woonplaats Utrecht gaan om een aantal geschriften op te halen die ik mocht lenen.  Naast een paar weinig zeggende boekjes van Zuid-Afrikaners kreeg ik ook de licentiaatsverhandeling van André Gielis De psychologie in het metabletisch denken van Prof. Dr. J.H. van den Berg, waarvan hij zei dat hij die zeer goed vond.  In de verhandeling stak een correspondentiebrief met het adres en telefoonnummer  van  André Gielis.  Zodoende ontmoette ik André Gielis op 5 oktober 1978 en kreeg van hem een exemplaar van zijn licentiaatsverhandeling  mee.  Het contact met hem is tot op heden, soms met langere tussenpozen, gebleven.   Anno 2024 denk ik wel eens dat wij de laatste musketiers in de ‘metabletiek’ zijn.  Ook met Jan Hendrik van den Berg onderhield ik regelmatig contact.  Het begon al in de winter van 1978-1979, toen ik enkele colleges bij hem volgde.  Ik werkte in de bouw, en het lange vorstverlet in de strenge winter gaf mij hiertoe de gelegenheid.   Dat was voor mij zeer inspirerend.
De laatste ontmoeting een paar jaar voor zijn overlijden in 2012. Bij het afscheid wenste ik hem, wanneer zijn laatste reis ergens heen zou leiden, een behouden aankomst toe, zonder besef daarmee Romeinen 8 vers 28 aan te halen.
Hij was zichtbaar ontroerd. Voor mij een dierbare herinnering.

In het Nederlands taalgebied zijn er twee boeken die we mogen beschouwen als de belangrijkste ijkpunten voor de studie van de metabletica:  De metabletische methode (1974) van Son Parabirsing en Boude bewoordingen (2002) van Hub Zwart.  De licentiaatsverhandeling van André Gielis had daarbij kunnen staan.  De correspondentie-brief van Van den Berg met zijn waarderende reactie laat dat ook zien.         

 
Via deze website wordt de licentiaatsverhandeling van André Gielis alsnog toegankelijk voor wie dit wenst. 
Zie hiervoor onder de rubriek ‘André Gielis’.