Ruud Hemel in 2005
Logica der Coïncidenties en

September 2001
Met een logica der coïncidenties
kan men de polsslag
van de schepping nemen.
Ruud Hemel
Metabletica houdt zich bezig met veranderingen.
De leer der veranderingen houdt van jaren, liefst data.
Synchroniciteit is de kern van metabletica.
Geen synchronisme in de geschiedenis is zonder betekenis.
J.H. van den Berg
Het uur nul
11 september ondergaan de Verenigde Staten een gecoördineerde aanval van het terrorisme. Twee gekaapte lijnvliegtuigen boren zich in de twee torens `Twin Towers’ van het World Trade Center.

Mohammed Atta
De gedoodverfde leider van
de negentien kapers werd
33 jaar
(L’age du Christ)
Een ander gekaapt vliegtuig vliegt in op het ministerie van defensie, het Pentagon te Washington. Bij het vierde vliegtuig mislukt de doelstelling van de kaping. Na een gevecht met de terroristen stort het neer bij Pittsburgh. Het lijkt erop dat het mislukken van de kaping en het neerstorten werd veroorzaakt na een gevecht met de terroristen. Dit kwam doordat deze vlucht met 40 minuten vertraging van start was gegaan. Zodat door middel van de mobiele telefoon enkele passagiers van de ramp in New York wisten en de bedoeling van de kapers doorzagen. Die hadden waarschijnlijk het Witte Huis als doelwit, alhoewel het niet onmogelijk moet worden geacht, dat deze machine had moeten neerstorten op het nucleaire complex Tree Miles Island. Eveneens is geopperd dat vlucht 93 door een geleide raket is neergehaald.
Alle 266 inzittenden van de vier vliegtuigen komen om het leven. Het WTC heeft uiteindelijk bijna 3000 slachtoffers onder wie vele brandweermannen. De veiligheidsdiensten zeggen over aanwijzingen te beschikken dat de Saoedische terroristenleider Osama bin Laden achter de aanslagen zit.
Nadat deze in alle opzichten ondermijnende vernietiging met zijn betekenis in het bewustzijn doordrong werd tamelijk snel en van allerwegen gezegd dat de wereld niet meer gelijk zou zijn aan wat het geweest was.
De wereld, de werkelijkheid zou veranderd zijn.
Koren op de molen van ‘De leer der veranderingen’.
Sinds 11 september 2001 is er een wereld van voor en ná 11 september. Deze datum is ons geheugen gegrift, ze is symbolisch en vormt een ommekeer in de westerse geschiedenis en zal net zo gaan fungeren als b.v. mei 1968.
Een kolfje naar de hand van de metabletica, die houdt van jaren, bij voorkeur data.
De kapers hanteren het beginsel der gelijktijdigheid op 11.9.01. Het beginsel der gelijktijdigheid is een substantieel onderdeel van het in onze ogen islamterrorisme. De synchrone toepassing van terrorisme met vier gelijktijdige aanslagen vond 11.3.04 in Madrid plaats en november 2003 in Instanbul. In Madrid werden in de ochtendspits vier treinen in stations gebruikt en in Instanbul werden met auto’s aanslagen gepleegd 15 november op twee- synagogen en 20 november op de Engelse HSBCBank en het Britse consulaat. Daarna kwamen er de aanslagen in Londen juli 2005 en wederom per viertal.
Geknipt voor de metabletica; die houdt zich bezig met veranderingen in de werkelijkheid, en deze veranderingen uiten zich in synchrone voorvallen. Het beginsel der gelijktijdigheid, synchroniciteit is de harde kern van de metabletica. En volgens de ontdekker en uitvinder van de metabletische coïncidenties J.H. van den Berg is er in de geschiedenis geen synchronisme zonder betekenis.
Wat is de betekenis van 11.9.01
De werkelijkheid van 11.9.01 heeft synchronismen gegenereerd die een numineuze betekenis voor de persoonlijke geschiedenis krijgen.
De synchronismen van 11.9.01
De werkelijkheid met de coïncidentiedetector boden een gelijktijdigheidbestand van vier voorvallen aan:
11 september 2001. Destructie van Twin Towers en het Pentagon. Dit dienen we letterlijk en symbolisch op te vatten. De poging de handelsmacht en de militaire macht van de VS te vernietigen.
Dit werd in de namiddag bij herhaling op de tv gezien.
Twin Towers en het Pentagon staan symbool voor het ‘rechnerische’ rechtlijnige denken.
Is dat denken 11.9.01 vernietigt?
11.9.01 Het Joods Museum in Berlijn zou officieel voor het grote publiek ( las ik in de krant van de voorgaande zaterdag) als museum geopend worden, maar uit piëteit met de slachtoffers in New York en Washington gebeurt dit 13.9.01. Door middel van dit museum wordt de horizontale lijn achter zich gelaten en als een bliksemschicht vernietigt.
11.9.01 verscheen een interview met J.H. van den Berg in het dagblad Trouw. Zelf geen abonnee op Trouw, maar werd door twee personen op het interview geattendeerd. Een eerste wenk om 11.9.01 met de metabletische visie te schouwen.
11.9.01 op mijn werk bij Kringloopwinkel Het Goed Emmen valt mij toe De rol van het toeval en noodlot in ons leven een boek van Wilhelm von Scholz. Dit boek was een vertaling van Der Zufail und Das Schicksal en die uitgave heeft nogal betekenis en werking gehad op het begrip ‘synchroniciteit’ van Jung. Ook de synchronisiteur kreeg een teken.
De metabletische methode ontstond in 1968 en de logica der coïncidenties ontstond in 2000 uit een samenwerkingsverband tussen de metabletica en het begrip synchroniciteit van Carl Gustav Jung.
Het boek van von Scholz en het interview met van den Berg geven de opdracht aan zowel de metableticus en de synchronisiteur om met 11.9.01 de logica der coïncidenties in werking te stellen.
Vier kapingen op een dag en vier voorvallen op een dag zijn misschien in staat een metabletische eenheid voor een logica der coïncidenties geven.
De beperking van vier synchrone voorvallen geven een vernauwing van de blik, maar werken als een vergrootglas om achter de coulissen te kijken.
De metabletische visie hangt nauw samen
met 11.9.01
Om de ware aard van de toedracht van 11 september te leren kennen en hoe we daartoe zijn gekomen, gaan we te rade bij de ontdekker en uitvinder van de metabletische coïncidenties van een veranderde en veranderende werkelijkheid; J.H. van den Berg.
De omslag van de paperback uitgave van zijn Leven in Meervoud toont ons een hoog flatgebouw, dat wil zeggen dat leven in meervoud exemplarisch zichtbaar wordt gemaakt met een flatgebouw.
Dit flatgebouw, het Pirelli-gebouw werd 18.4.2002 al of niet opzettelijk getroffen door een vliegtuigje, waarvan de beelden aan 11 september herinnerden.

Het omslag, van Leven in meervoud
in 1963 verschenen, toont een vliegtuigje, met reclame voor
Air italia,dat in de richting van de Pirelli-
gebouw vliegt. Heeft het vliegtuigje er bijna 40 jaar over gedaan om tegen het flatgebouw te botsen.
In de voortgang van zijn onderzoeken tussen 1956 en 1968 drongen de gelijktijdigheden zich steeds nadrukkelijker aan J.H. van den Berg op zodat het wel op een metabletische methode uit moest lopen. De methode wordt in een apart hoofdstuk gereleveerd in Metabletica van de Materie 1968 dat zodoende het eerste boek is dat volgens de metabletische methode geconcipieerd is.
Het ruimtelijk besef van Metabletica van de Materie is niet-lineair. Dit komt historisch tot uiting in het ontstaan van de niet-euclidische meetkunde tegelijkertijd met het leven in meervoud en in de behandelkamer van de zenuwarts J.H. van den Berg, want ook daar schijnen de lijnen niet recht te lopen.
De metabletische methode is dus niet rechtlijnig.
In het hoofdstuk De horizontale lijn in de architectuur’ van Hooligans 1989 komt J.H. van den Berg terug op zijn metabletische idee dat hoeken en lijnen niet recht zijn met de mededeling dat zijn redenering niet ontzenuwd werd door kritiek. In betreffend hoofdstuk wordt over het flatgebouw gesproken met de these elke bouwstijl demonstreert hoe het menselijk bestaan geaard is. Het flatgebouw, volgens Hooligans, zou met zijn rechte hoeken en lijnen door de grond zakken en lijdt door zijn bolligheid aan een wonderlijk soort hoogmoed. En deze mensenpakhuizen zullen verdwijnen.
In een metabletische beschouwing ‘Architectuur Millennium Centennium’ 2000 wordt door J.H. van den Berg aan de hand van Het Groninger Museum, dat in 1995 werd geopend, betoogt; een citaat daaruit is zeer treffend: “De horizontaal is in stukken gebroken, zo zeer en zo hardvochtig dat het wel lijkt of het gebouw, dat er stond, getroffen werd door een modern projectiel”, dat aan dit gebouw te zien is dat de horizontale lijn vernietigd wordt en daarmee de menselijke gelijkheid. Die lijn hangt samen met het zo bedenkelijke en gevaarlijke gelijkheidsprincipe. -De metabletische uitkomst van Leven in meervoud was Wij zijn niet gelijk.-
11 september 2001 behelst een aanval op het hoogste rechthoekige cartesiaanse gebouw van New York door mensen die zich niet voegen naar het eendimensionale denken van het westen; kortom ongelijkheid bewijzen.
De aanslag op Twin Towers van 26.2.93
Er was reeds eerder een aanslag op de twee torens. Om de Verenigde Staten een verschrikkelijke slag toe te brengen bracht de terrorist Ramzi Yousef 26 februari 1993 in een parkeergarage onder het enorme Twin Towers-complex een bom van 500 kilo tot ontploffing. Het plan was om het ene gebouw van 110 verdiepingen tegen het andere aan te laten vallen waarbij hij hoopte op het onvoorstelbare aantal van 250.000 doden. De bommenlegger had naar eigen zeggen maar een fout gemaakt: hij had te weinig explosieven gebruikt! Uiteindelijk kwamen zes mensen om het leven. Toch waren er meer dan duizend gewonden, van wie een honderdtal ernstig. Deze aanslag opende de ogen van anderen en Yousefs daad was het voorbeeld van het verleden als voorspel: hij toonde aan wat de torens niet zou verwoesten. Ook bleek eruit dat het voor een klein vastberaden groepje haalbaar was om de Verenigde Staten een verschrikkelijke slag toe te brengen.
Was 26.2.93 een voorbeeld voor de terroristen, het was ook leerzaam voor de veiligheidsmaatregelen voor het herstelde 110 verdiepingen tellende World Trade Center.
Het verband van 11.9.01 met 26.2.93
Het aantal slachtoffers is in het begin sterk overschat en na september 2001 werden het er steeds minder. Geen 6659 doden maar 3040, inclusief vliegtuiginzittenden, reddingswerkers en de Pentagonslachtoffers. 11 september is niet de bloedigste dag uit de Amerikaanse geschiedenis, dat blijft 17 september 1862: toen vielen op één dag in de Amerikaanse burgeroorlog 3654 doden.
Na de terroristische aanslag in de parkeergarage van de noordelijke toren in 1993 had het WTC op verschillende plaatsen zinvolle verbeteringen aangebracht, zodat de evacuatie uit beide gebouwen bijzonder soepel verliep, vooral ook te danken aan de ‘held’ van de reddingsactie het supersnelle liftsysteem. Iedere twee minuten waren twaalf hoge snelheidsliften in staat 500 mensen van de liftlobby op de 78e-verdieping naar de begane grond te brengen.
De meeste mensen kwamen om op het moment dat de vliegtuigen op de gebouwen invlogen, niet daarna. De periode dat beide torens overeind bleven was voldoende om bijna alle overlevenden te evacueren. Dit was te danken dat beide torens bijzonder goed geconstrueerd waren. Maar niet zodanig, dat men op kerosine had gerekend, waar nog een grote hoeveelheid van in voorraad was na opgestegen te zijn vanuit het nabijgelegen Boston. De kerosine, die naar beneden liep veroorzaakte een dusdanige intense hitte, die de fundamenten aantastte om de torens toch te doen instorten.
De symboliek van Twin Towers en 11.9.01
In de logica der coïncidenties zijn data bijzonder significant en 11 sept. 2001 is nu een numineuze datum. Maar ook voor de terroristen en de Amerikanen is 11 september symbolisch met een omineuze waarde.
Voor de terroristen was 11 september het uur nul.
11 september oftewel nine-one-one is het telefonisch alarmnummer in de Verenigde Staten.
Men vraagt zich af of de thriller The Hour Zero van Joseph Finder 1996 nog van betekenis is geweest voor de uitdenkers van ‘september eleven’ om hun actie te plegen en zo te noemen. Het WTC gebouw, de aanslag van 1993 daarop en om het financiële centrum Manhatten te verwoesten spelen in dit boek de cruciale rol en ook het alarmnummer 911 komt erin voor. Maar of er inderdaad een link tussen is heb ik nergens kunnen checken.
Het World Trade Center geconcipieerd in 1964, voltooid in 1972 stond in de vorm van Twin Towers borg voor de enorme handelsmacht V.S. Gevestigd in het hoogste rechthoekige gebouw van New York. Rechthoekig met enorme verticalen.
Verticalen van de Gothische kathedralen als verwijzing naar God in den hoge daar is niets mis mee. Maar voor een handelsgebouw? In de handel heerst immers de koude rede van de koopman: het ‘rechnerische’ denken. Het adagium van de moderne handel is: alles is te koop; de kapitalisten deze plunderaars verkopen alles ofwel ze versjacheren moeder aarde op wereldschaal. Alsof de wereld eigendom van de handel is. Project ontwikkelaars geven gestalte aan hoe onze omgeving eruit ziet, zij zijn de bepalende factor: Wat erop neer komt dat men de vos als beheerder van het kippenhok heeft aangesteld. En men weet wat er dan van terechtkomt. Alles bij elkaar: een staaltje hoogmoed en men weet hoogmoed komt voor den val. De gestalte van de torens op zich werden die ook door hoogmoed bepaald? Deze wolkenkrabbers, deze torens, deze kathedralen van de commercie reiken tot in de hemel en zijn opvolgers van de Toren van Babel. Dat men boven de menselijke maat gaat, verraadt een zwakheid van de architect van Twin Towers Yamasaki, deze had namelijk hoogtevrees. Het bouwen van wolkenkrabbers is uitdrukking van, de verheffing van de self-made-mens. Hun hoogte heeft een diepere betekenis; de drang om in New York de schepping over te doen. Zoals in de middeleeuwen de religie het totale leven omarmde, is dat in New York de handel.
En de luchtvaart is die eveneens hoogmoedig?
De tegenstelling met `leven in meervoud’ is dat niet leven in eenvoud. De eenvoudigen dragen deze wereld maar doen ze dat nog wel en is dat mogelijk in de lucht?
Het interview in Trouw
In zijn NRC/H column ‘Verdwaasde oorlogstemming’ bracht Hans Ree de metabletische toekomstverwachting van Gedane zaken met 11 sept. in verband. In deze metabletica van de toekomst wordt ons een vernietigende catastrofe aangezegd voor het tijdvak 1995-2015. Maar “Er zal ons wat blijven, genoeg voor een begin”. Dat was naar aanleiding van het metabletisch inzicht van 1977, toen Gedane Zaken verscheen. In 1995 werd ons door middel van Metabletica van God een nieuw ingrijpen voor de nabije toekomst aangekondigd.
In het interview in Trouw van 11 sept. 2001 met J.H. van den Berg wordt gezegd:
“Je kunt wel zeggen dat God af en toe een nieuw wapen in de strijd gooit” ;het interview is een pleidooi om God en het kerkgebouw als behoedster van de waarheid weer in het middelpunt van het leven zijn plaats te geven.

11 september 2001
is een nieuw wapen
in de strijd,
want het is onmiskenbaar
een synchronisme
in de logica der coïncidenties.
J.H. van den Berg
Toeval en noodlot bij von Scholz
Carl Gustav Jung was helemaal niet zo zeker of hij met het begrip synchroniciteit iets te pakken had dat een essentieel kenmerk van het bestaan zou zijn. Vandaar dat hij er veertig jaar over deed om er over te publiceren.
Paul Kammerer had hem met Das Gesetz der Serie 1918 op het idee gebracht, maar het was de fysicus Pauli die de doorslag gaf om zijn idee 1952 te ventileren in een gezamenlijk boek Naturerklärung und Psyche.
Jung besprak zijn ideeën met Pauli, maar die liet zich tegenover andere er niet over uit; maar uit de schriftelijke nalatenschap bleek dat Pauli diep over synchroniciteit had nagedacht en doelgerichtheid in de natuur van wezenlijke betekenis achtte.
Ik vermoed dat de ware inspiratiebron voor Jung Der Zufail. Eine Vorform des Schicksals 1924 door Wilheim von Scholz geweest is, vooral vanwege dat toevalligheden van gewone mensen uit het dagelijkse leven in betrekking tot het geheimzinnige fenomeen noodlot de hoofdrol vertolken in dit boek. Jung had hem wel meer eer mogen bewijzen dan de noot die hij nu in Synchronizität kreeg.
Wanneer we de relatietherapeuten met Jung als inspiratiebron, van de laatste jaren mogen geloven dan is synchroniciteit een geschenk en is het iets dat je naar je hand kunt zetten, allemaal enorm positief. Terwijl men kan weten dat het bestaan beschadigd moet zijn wil het zijn inhoud prijs geven. Het menselijk bewustzijn bestaat juist omdat het ongelukkig is. Door de hang naar het volmaakte schieten we altijd tekort.
Met het understatement van de Engelsen zeggen we: If you had not a bad luck you had no luck at all.
Zinvol toeval kan geluk inhouden maar de betrekking tot het noodlot is veel sterker. Daar wijst het boek van Von Scholz op. Het bestaan kent slechts een paar momenten van geluk. De kracht van het noodlot is veel dieper en wel uit het besef dat we sterfelijke wezens zijn. Dat is het mankement van het Jungiaanse inzicht over synchroniciteit, dat wil te positief zijn, alsof je toeval naar je hand kunt zetten, wat volstrekt niet het geval is.
De impact van 11 september is noodlottig, toeval en noodlot zijn meer gecoïncideerd. In de logica der coïncidenties heeft het noodlot toegeslagen.

Wilhelm von Scholz
De vraag naar de identiteit van toeval en noodlot heeft hem levenslang beziggehouden.
Der Zufall eine Vorform des Schicksal verscheen in 1924, later zijn een hoofdstuk met nieuwe voorbeelden toegevoegd en als Der Zufall und das Schicksal in 1954 gepubliceerd, waarvan dit de vertaling is.
In zekere zin is het een poging
het leven achter de schermen te zien.
12 november 2001
Dat het werk van de vier kapingen niet alleen zijn terug te brengen tot een terroristische actie toont ons het neerstorten van de airbus in New York 12 november. Deze schokkende gebeurtenis zo kort na 11 september, kan dat aanduiden, o.a. op grond van het gelijke tijdstip, de airbus stortte 9.15u neer, circa dezelfde tijd boorden de twee vliegtuigen zich in het WTC-gebouw. Voor het bewustzijn ligt het te dicht op `september eleven’ om slechts een verschrikkelijke samenloop der omstandigheden te zijn.
Een dergelijke suggestie wil er bij de meesten van ons wel in. Wat vergezocht is soms toch dichtbij. Wanneer dergelijke catastrofes voorvallen, zo direct na elkaar, dan zitten er blijkbaar genetische schema’s in ons om zulke gebeurtenissen met betekenis te laden. Er is een onweerstaanbare drang om er een uniek teken van te maken en vol te stoppen met bedoelingen.
Wil 12 november zeggen dat we vanuit de “Hoge” geen bescherming meer hoeven te verwachten.
Voor Arthur Koestler is de belangrijkste datum in de geschiedenis der mensheid 6 augustus 1945.
De atoombom op Hiroshima.
De reden is simpel. Vanaf het ontstaan van het menselijk bewustzijn tot aan 6 augustus 1945 leefde de mens met de innerlijke zekerheid van zijn dood als individu. Sinds 6 augustus 1945 moet de mensheid het met een ‘doomsday-scenario’ doen: het vooruitzicht van een onontkoombare kernoorlog, met daaraan gepaard haar uitsterven als soort.
Dit klopt alleen maar wanneer er een doodvonnis over God geveld is. En dat is gebeurd!
God bestaat niet meer: aanleiding voor Jack Miles om zijn biografie te schrijven, God is op non-actief gesteld onder andere door een geschiedenis van God van Karen Armstrong. Zij wil een nieuwe kalender zonder God. Om met de tijd te rekenen is God niet langer geschikt. De kalender telt bij haar voor de gewone jaartelling en na de gewone jaartelling.
Karen Armstrong en Jack Miles vragen zich af of God door gebrek aan belangstelling nog toekomst heeft. Symptomen dat God zijn handen van de schepping aftrekt en aan zijn noodlot overlaat.
Als God niet bestaat grijpt Allah zijn kans!
Opening van Het Joods Museum Berlijn
Het gereedkomen van Het Joods Museum in 1999 als gebouw heeft geleid tot het ontstaan in 2000 van een logica der coïncidenties.
In plaats van 11 september 2001 wordt Het Joods Museum 13 september voor het publiek als museum geopend. Meer als twee jaar heeft men er over gedaan om de Joodse geschiedenis tentoongesteld te krijgen en voor het museum geschikt te maken. Dat daar dan nog eens twee dagen bij komen is toch wel apart en geeft aan dat de scheiding tussen het Joods Museum en de Joodse geschiedenis een voortdurende is.

De aanslagen
op de rechte lijn
middels het
Joods Museum Berlijn
Door middel van Het Joods Museum wordt de horizontale lijn ten eerste uit elkaar getrokken, ten tweede doorgekruist, ten derde weggeveegd.
In het grondplan gaat de architect Daniel Libeskind van een rechte lijn uit.
Die wordt uit elkaar getrokken door het grondplan van de Davidsster.
Een kruis loopt door de rechte lijn van het grondplan, een lijn gaat naar de Holocaust Turm en een lijn loopt naar de Exil-Garten: zo wordt de rechte lijn doorgekruist. Weggeveegd door leemtes, hiaten die in de rechte lijn zitten, de hiaten herbergen het buiten. In het gebouw zijn we niet in staat de rechte lijn te gaan, we gaan voort maar niet recht, zodat we niet weten hoe we gaan. Het is zonder meer de bedoeling om niet recht te kunnen gaan. Dit komt door dat het buiten in de vorm van leemtes binnen is. Architectuur als de grens tussen binnen en buiten geldt niet voor Het Joods Museum.
Viervoudig gaan we de horizontale lijn voorbij “Beyond the wall” om met de architect Libeskind te spreken. De horizontale lijn heft zich op, om aan het rechte eind dood te lopen, en dit is tevens de vierde reden voor het eind van de horizontale lijn. Deze lijn loopt omhoog en bezit zijdelings onderkomen voor de Joodse geschiedenis van Berlijn.
Libeskind doopte zijn project ‘Between the lines’, Dwars tussen de regels van de horizontale lijn. Zo typeert Het Joods Museum de onmogelijkheid van een locatie en is in wezen aan gene zijde.
We hebben geen vaste plek meer, de diaspora telt voor iedereen, we zijn ontworteld ook in de letterlijke zin door middel van luchtvaart en ruimtevaart eigenlijk ontaard.
Als er torens waren die de skyline overheersten dan waren de Twin Towers dat wel. Met hun silhouet was dat de ‘selbstdarstellung’ van de stad New York, van de staat V.S. De afwezigheid nu duurt voort, alle dagen nog. Ze zijn niet onzichtbaar te maken.
De twintigste eeuw kwam ten einde op 9.11.1989 met de val van de Berlijnse muur.
Negentien mannen met hobbymessen zetten vier verkeersvliegtuigen om in dodelijke projectielen. Zo begon de eenentwintigste eeuw wel zeer onverwachts op 11.9.2001.
De conceptie van Het Joods Museum was in 1989 vóór de val van De Berlijnse Muur. De inauguratie vond om en nabij 11 september plaats. Het Joods Museum is zo een complementair symbool van de verwoesting van Twin Towers. Is Twin Towers een afwezig litteken, Het Joods Museum is een aanwezig litteken.

Daniel Libeskind
Ontwerper van
Het Joods Museum Berlijn
“Het antwoord van
de eindtijd op de
tempel van Salomon”
Het silhouet van Quasimodo
Het uitgesproken middelpunt van de stad in het Christelijke westen is of beter was de kathedraal. De skyline werd gedomineerd door de kathedraal. Haar silhouet is letterlijk leerzaam te samen met de uitbeelding van heiligen en hun attributen die allemaal hun eigen verhaal bezitten. Haar schaduw over de stad en haar mensen is buitengewoon. Om haar geen eenzijdige horizontale lijn.
Wil men die figuurlijk ervaren, dan leze Notre Dame de Paris ~1492 van Victor Hugo. Een vurig pleidooi voor de kromme lijn. De hoofdrol naast de kathedraal is voor iemand die is vergroeid met de kathedraal, een gebochelde; de bultenaar Qasimodo.
De belangrijkheid van hem wordt mooi in de titel van de Nederlandse vertaling als De klokkenluider van de Notre Dame weergegeven. (In veel Nederlandse uitgaven zijn de hoofdstukken over de kathedraal weggelaten).
Het fundament waarop Notre Dame de Paris 1492 staat is het woord ‘AN’AI’KH Noodlot in het Grieks.
Victor Hugo werd enorm geïnspireerd door de gothische bouwkunst en bestudeerde die diepgaand. De incarnatie van deze studie is Notre Dame de Paris 1492. Dit boek is door de Notre Dame met leven bezield; zij is een bovennatuurlijk wezen met een mysterieus leven, dat ook de hoofdpersoon van het verhaal doordringt. Quasimodo vertegenwoordigt toewijding en zieleadel.
De wellust en de hartstocht zitten in de priester Frollo die er aan ten gronde gaat.
Nadat Quasimodo zijn grote tegenspeler Frollo tegen de rug stootte viel de priester en klemde zich vast aan de goot van de Notre Dame en probeerde aan de goot hangend er weer bovenop te komen. Ik citeer nu verder uit De klokkenluider van de Notre Dame: “Maar zijn handen hadden geen houvast op het steen, zijn voeten schampten af tegen de zwarte muur zonder een steunpunt te vinden. Zij die de torens van de Notre dame bestegen, weten dat er een welving is in het steen vlak onder de omheining. En op deze terugspringende hoek putte de rampzalige priester zijn krachten uit. Hij had niet te maken met een loodrechte muur, maar met een muur die onder hem terugweek!”
Aan een gebochelde met de hulp van een gewelfde muur gaat de wellust van de kaarsrechte priester ten onder.
Het is wel intrigerend op te merken dat Notre Dame de Paris ~1492 van 1832 is en de niet-euclidische meetkunde zijn beslag kreeg in het homoloog synchronisme van Bolyai en Lobatsjewskij; hun publicaties zijn respectievelijk van 1832 en 1830. We kunnen het boek van Hugo de fictieve wording in literaire vorm van een niet-euclidische wereld noemen.
De normale lichaamshouding is loodrecht. De voorkeur naar de kaarsrechte gestalte heeft met sociale status en pressie te maken. De gewenste houding naar rechtop staan is streven naar beheersing en vertolkt al zeer lang het ideaalbeeld van de menselijke gestalte.
Moshe Feldenkrais zegt nochtans, dat het woord ‘recht’ in verband met een goede lichaamshouding misleidend is.
Esthetisch menen we dat `recht’ juist en daarom ook het beste is. Esthetisch heeft `recht’ in verband met een goede lichaamshouding geen nut en kan dus geen maatstaf zijn. Meetkundig stelt `recht’ in verband met een goede lichaamshouding helemaal niets voor omdat het daar een statisch begrip is. Het lichaam zou aan het meetkundig begrip ‘recht’ kunnen voldoen als het bewegingloos in dezelfde positie gehouden werd en niet werd bewogen. In een schizofreen bestaan zou ‘recht’ recht van bestaan hebben. Is onze wereld schizofreen dat we zo aan een rechte houding hangen?
Dat de algemeen aanvaarde betekenis van `recht’ niet samenvalt met een zogenaamde goede houding bewijst de invalide met een gebroken wervelkolom bij wie de kracht de nauwkeurigheid en de soepelheid van de bewegingen uitstekend zijn en in dit opzicht gezonde mensen overtreffen. Maar dat ze recht zijn kun je van hen bepaald niet zeggen. Hieruit volgt dat iedere houding op zichzelf aanvaardbaar is als die maar niet in strijd is met de wet van de natuur, die inhoudt dat de bouw van het skelet bedoeld is om de zwaartekracht te overwinnen zodat de spieren beschikbaar blijven voor het bewegen. Een gehandicapte leert dat beter te doen dan een gezonde die de neiging opgedrongen krijgt een goede houding in te nemen en zijn spieren daarvoor gebruikt waarvoor ze niet bedoeld zijn. De gehandicapte is daarvan gevrijwaard beter is het te zeggen, daarvan verlost. Lang leve het kromme bestaan, want krom behoeft beslist geen martelgang te zijn.
We vallen Kant bij waar hij zegt uit het kromme hout van de mensheid is nog nooit iets recht gemaakt.
De verdwijning van het silhouet
Het WTC-gebouw is verdwenen. Een aanslag op het silhouet; die de iconostasis van New York en van Amerika deed instorten en achter deze iconostasis zat niets, enkel blauwe lucht. 11 september 2001 was er in New York voor negen uur geen wolkje aan de lucht!
Op verschillende manieren is er voor gezorgd dat het Joods Museum geen silhouet heeft. De gevels zijn licht uitkragend. Ze vertonen chirurgische incisies. Ze zijn bekleed met metaal dat een gefixeerd silhouet vermijdt.
De hoek van 90 graden is eveneens vermeden.
Het Joods Museum zet een punt in de geschiedenis waar geen geschiedenis meer is. Het gebouw topografeert de onmogelijkheid van een topos.
De drijfveer van de terroristen en hun opdrachtgevers (bestaan die wel?) is de vernietiging van de Joodse Staat Israël. Israël is de baby van de Verenigde Staten en vooral van de joden in New York, De haat tegen Israël komt niet voort uit bekommernis met de Palestijnen maar uit afgunst tegen de joden die het land vruchtbaar maken, de woestijn laten bloeien. Een Palestijnse staat betekent het einde van Israël.
Ons aller lot wordt door de Joodse geschiedenis geprefigureerd.
Lateraal
De toegang tot het Joods Museum is lateraal zodat de Joodse geschiedenis er een zijdelings onderkomen in kon vinden.
De ingang van het Museum gaat via het oude hoofdgebouw, door de verbinding die is gemaakt met de kelder kan men het Joods Museum betreden.
Dit is in verband met de metabletische visie over architectuur intrigerend. Ten eerste doet een laterale toegang als architectuur iets met de grens binnen-buiten, deze grens zorgde er voor dat de geschiedenis van de architectuur metabletisch te onderzoeken was. Deze grens wordt in Het Joods Museum opgeheven via de laterale toegang en door middel van de zogenaamde ‘voids’; leemtes, eigenlijk hiaten. Zeer bedenkelijk om te beseffen dat deze grens door hiaten door niets verdwijnt.-Tot nu toe ging het buiten voorop; dat is verandert, het lijkt erop dat nu niet het binnen voorop gaat maar het niets.
Volgens de architectuurcriticus Charles Jencks zijn de torens een zeldzaam voorbeeld van een constructie die bekend staat als ‘bundelkoker’. Het draagvermogen bevindt zich vrijwel geheel in het gevelvlak. Deze constructieve oplossing is erg efficiënt en sterk met betrekking tot de windbelasting, omdat ze zo reusachtig stijf is. Conceptueel gezien is zo een wolkenkrabber een balk die rechtop is gezet. Zo werd het WTC-gebouw beheerst in verticale zin door de horizontale lijn.
De aanval op Twin Towers bevat een aanslag en bewerkstelligd het finale einde van de horizontale lijn.
Het Joods Museum voegt er aan toe dat de macht van deze lijn op viervoudige wijze volledig gebroken wordt. De maatschappelijke transplantatie van de horizontale lijn is de gelijkheidscultus. Is de tirannie van de horizontale lijn samen met de terreur van de menselijke gelijkheid, omgebracht?
Het Joods Museum Berlijn
is een metabletisch synchronistisch lateraal gebouw.
Synchroon en lateraal denkenZowel de metableticus de synchronisiteur als lateraal denken nemen het scheppingsproces bij de pols om naar de boodschap van het tijdsgewricht te luisteren.
De tirannie van de horizontale lijn wordt in het bijzonder in stand gehouden door het bijgeloof aan de “kortste afstand” De logica der coïncidenties houdt van de omweg en de zijsprong oftewel de laterale benadering geeft de beste toegang.
Laten we luisteren naar en ons inzicht laven aan Waken bij werkelijkheid een ongemeen interessant boek van de metableticus Jacques Claes om diens laterale vingeroefeningen te smaken. Hij zegt: “De potentiële rijkdom van de laterale blik wordt fysisch en fysiologisch al vooraf afgebeeld in het vreemde fenomeen van de gele vlek op ons netvlies. Wie in duisternis naar een ding kijkt ervaart dat dit ding zich het volledigst toont wanneer men zijn blik zijdelings langs het ding heen laat strijken. Wie een ding lateraal benadert schept een veld waarin dit ding aan vertelling toe kan komen. Uit de wervel, die ontstaat uit het lateraal benaderd worden, kunnen dingen zich gaan manifesteren in een caleidoscoop van facetten waartoe ze, frontaal benaderd, niet in staat zouden wezen. Wie dingen lateraal benadert raakt niet in de frontale klem en komt niet in de bekoring om de zaak meteen door te nemen of door te hebben. Het frontale is ogenblikkelijk het laterale is successievelijk. Het frontale stoot, het laterale beroert en streelt als het ware tangentieel. Het gevolg hiervan is dat dingen die zo benaderd worden zich in een soort van tegenrotatie beginnen te ontrollen. In zachte openbarende wenteling beginnen zij zich gradueel te ontsluieren. Uit deze zachte gracieuze in een sfeer van respectueuze aanbieding verlopende verschijning der dingen springt niet meteen hun essentie naar voren, maar krijgen details de kans om zacht maar suggererend naar voren te treden. De stille wenk van deze bijkomstigheden kan voor de geboeide toeschouwer toegang en mogelijkheid worden voor nieuw inzicht en doorzicht. Dus voor creativiteit”.
Wie zich dit niet goed tot zich door laat dringen en in de oren knoopt ontzegt zich veel.
Het is frappant om te constateren, dat Elisabeth Mardorf een Duitse psychotherapeute vanuit Jungiaans perspectief, in een beknopt kordaat stuk ‘Lof op de zijdelingse blik’ uit haar publicatie Das kann doch kein Zufall sein dingen over synchroniciteit en lateraal denken zegt, met nogal veel overeenkomst met die van Claes en die met gelijke gelding op de metabletica slaan.
Aldus Mardorf: “Synchroniciteit is kijken maar niet staren altijd met de blik op het grote geheel. Synchroniciteit maakt ons attent op het verband tussen alles wat is en wijst ons tegelijkertijd op de voortdurende verandering. Proberen synchroniciteit tot in details te verklaren is gedoemd te mislukken, omdat het wezen er van grensoverschrijdend en beweging is. Leven is beweging en een exacte verklaring van hoe synchroniciteit nu eigenlijk functioneert is in strijd met het wezen er van. Ze zegt ook dat we met inzichten beloond worden wanneer we niet al te precies kijken, maar meer met een zijdelingse blik”. Ze wijst op het merkwaardige fenomeen dat het wezenlijke van de werkelijkheid iemand altijd zijdelings en toevallig raakt.
Dat men uit de metabletische hoek en uit de school van Jung tot eensgezinde inzichten komt is treffend, maar begrijpelijk, wetende dat Jan Hendrik van den Berg en Carl Gustav Jung de grondvesters zijn van “synchrone voorvallen” om die zinvol te verstaan. Van den Berg voor onze collectieve geschiedenis en Jung voor de individuele geschiedenis.
Samenhang van de vier voorvallen
De synchronismen viel ook anderen op.
De samenhang tussen de metabletica en ‘september eleven’ gaf aan Hans Ree de gedachte om er op te wijzen dat bij dergelijke gebeurtenissen er een sterke emotionele behoefte wordt gevoeld om te geloven in een universele ramp die iedereen mee zal slepen. Daarbij kan Ree er niet aan ontkomen te melden dat de metableticus J.H. van den Berg in zijn boek Gedane zaken ons een grote oorlog van allen tegen allen voor 1995-2015 voorspeld.
Zonsverduisteringen zijn verbonden met profetieën over onheil, naar aanleiding van de zonsverduistering in augustus 1999 wilde de redactie van het tijdschrift Prana een themanummer daaraan wijden. Hein van Dongen gebruikte voor het themanummer ‘Eindtijd of nieuwe tijd’ de bladvullende illustratie van Leven in meervoud met de Pirelli-toren.
Hij associeerde op de achttiende april 2002, toen een eenmotorig vliegtuig de Pirelli-toren in Milaan ramde, elf september 2001 het werk Leven in meervoud van Van den Berg met precognitie.
Pieter van der Ven verwijst in een recensie ‘Veranderingen’ naar het 11 september-interview met Van den Berg.
In dat interview zegt Van den Berg dat architectuur bij synchrone veranderingen voorop loopt. “De veranderingen zijn een teken dat God een nieuw wapen in de strijd gooit.” Van der Ven benadrukt het verschijnen van dit interview op 11 september, hij eindigt zijn recensie op dramatische wijze:
“Dezelfde dag vlogen vliegtuigen in de naam van God in het grootste horizontale gebouw en in de hoogste wolkenkrabber. Van den Berg werd zo onbedoeld zelf een huiveringwekkend metabletisch fenomeen, heenwijzend naar lessen die doen verlangen naar een geloof dat elke verandering maar toeval is”.
Bij Luis Fernàndez-Galliano vinden we eveneens dat 11 september iets te maken heeft met het Joods Museum, deze schrijft: “de twintigste eeuw laat zich samenvatten in de wolkenkrabber en het vliegtuig en geeft hun tragische treffen op 11 september de breekbaarheid van de eenentwintigste aan.
De twintigste eeuw kwam ten einde op 9 november 1989 met de val van de Berlijnse Muur en de beëindiging van de Koude oorlog.
En de eenentwintigste eeuw begon op 11 september 2001 met de wrede en vernietigende onthulling van de wezenlijke kwetsbaarheid in het hart van dat economische en militaire imperium dat voor moslimterroristen de Grote Satan zelf is.
De tijd tussen die beide historische data is precies de periode waarin een architectonisch project tot voltooiing kwam: het Joods Museum in Berlijn, waarvan de conceptie plaatsvond kort voordat de Muur neerging, en de inauguratie, zo wil het lot, aan de vooravond van Amerika’s rampdag. De opening van het museum viel bijna samen met de vernietiging van de Twin Towers, een speling van het lot die tegenover de contemporaine verschrikking een complementair symbool plaatste.
Terwijl in South Manhattam de robuuste Cartesiaanse rationaliteit van het World Trade Center is begraven onder puin, as en rook, getuigt de gebroken lyrische emotie van het Joods Museum geschokt van de aanslagen op de menselijkheid die in onze tijd plaatsvonden. Tegenover het krankzinnig en immorele geweld van de New Yorkse hecatombe een dramatisch en pedagogisch getuigenis van de joodse holocaust, en tegenover de catastrofale verwoesting van vormen en levens, als een beschermend en genezend exorcisme, de ritmische, muzikale ritualisering van de gebrokenheid”.
In 2001 wees Hub Zwart voor het eerst op de overeenkomst van de metabletica van J.H. van den Berg met het werk van Peter Sloterdijk en Michel Houellebecq. Hij deed dat in zijn nawoord van De kop van de bromvlieg. Ook Femàndez-Galliano wijst in zijn artikel op de filosoof Peter Sloterdijk, “die eist discipline om de menselijke dierentuin opnieuw te onderwerpen. En op de schrijver Michel Houellebecq en de hysterie tegenover de islamitische wereld en op dat er een ommekeer in de regulering van het dagelijks leven zal intreden vanwege hoogtevrees. En komt tot de slotsom dat minder vrijheid de enige manier- is om de vrijheid te verdedigen en de vrijwillige onderwerping aan de collectieve discipline van de democratie de beste manier om het individu te beschermen.
Het vierde voorval, die van Von Scholz is de persoonlijke noot.
Toch bracht Ernst Senkowski Der Zufall und das Schicksal met 11.9.2001 in verbinding.
In zijn artikel `Zufall, Schicksal und Paranormale Phänomene’ schenkt hij nogal aandacht aan de voorvallen die het boek van von Scholz behandelde. Deze voorvallen betreffen allemaal toevallen synchronismen en coïncidenties van gewone mensen en worden daarom door von Scholz dwergtoevallen genoemd.
Senkowski vult zijn uiteenzettingen met een actueel voorbeeld aan en hij schrijft:
“Die seit 20 Jahren in Princeton arbeitenden Forschungsgruppe PEAR hat während der vergangene Jahre mehrfach beobachtet, dasz stark emotionale Ereignisse mit dem Verhalten von Computem korreliert sein können. In der Fortführung einer ersten “zufälligen” Entdeckung dieses Phänomens hat man inzwischen weltweit 37 Computersysteme installiert, deren Daten über das Internet zusammengeführt und ausgewertet werden. Für den Tag des Angriffs in den USA, also den 11 September 2001 ergab die Auswertung eine signifikante Abweichung vom Normalverlauf. Sie setzte mehrere Stunden vor den tatsächlichen Ereignissen ein, erreichte dabei ihren Höhepunkt und klang im Laufe mehrerer Stunden ab”.
Om het algemene gezegde te bevestigen dat “grote gebeurtenissen hun schaduw vooruit werpen” haalt Senkowski een verklaring van von Scholz aan: “Ereignisse haben eine weite Atmosphehre um sich, die bereits in der Welt wirkt, bevor das Ereignis selbst sichtbar wird”.
De betekenis van 11.9.01
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
De hoofddaders van de kapers noemden het begin van hun terroristische actie het uur nul.
De architect van het Joods Museum ging uit van Auschwitz en noemde zijn gebouw het nulpunt van de geschiedenis.
De plek waar Twin Towers stond noemt men
Ground Zero.
Betekenis 11 september 2001 = 0,0
Wat hebben de voorvallen gemeen?
Nul. Het niets.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
J.H. van den Berg

Zijn werk laat de lezer niet
ongemoeid daar deze
medebepalend is voor de waarde
van de synchronismen.
De lezer is deelnemer
als het ware medespeler
en kan door middel van
metabletische coïncidenties
in een staat van genade geraken;
zijn bestaan betekenis geven en
in vervoering te beleven.
In Metabletica van de materie door J.H. van den Berg staat dat de huidige westerse mens het wel eens zou kunnen gelukken zonder God uit te komen. Toch bevat dit boek verschenen in 1968 de initiatie van Metabletica van God uitgekomen in 1995.
In Metabletica van de materie schrijft Van den Berg voor het eerst over de mogelijkheid van een metabletica van God; op pagina 299 staat geschreven: “Schreef ik een Metabletica van God (wat ik zou willen). Heel de ontwikkeling van de scholastiek die nauwkeurig parallel loopt aan de ontwikkeling van de bouwstijl en daarmee aan de ontwikkling van de wiskunde en de natuurwetenschappenis te beschrijven als de geschiedenis van Gods plaatsverandering van zijn migratie” .
Is de migratie een emigratie geworden?
Voor J.H. van den Berg had Metabletica van God dat handelt over de gedaanteveranderingen van God en daarmee noodzakelijk over de gedaanteveranderingen van de dood ‘Metabletica van de Dood’ kunnen heten.
Het Woord draagt de metabletica
Het Kruis draagt Christus
Het ware kruis van Christus
Het verhaal over het hout van Christus kruis vertelt de Legende aurea naar de woorden van Jacobus de Voragine hoe Adam in zijn stervensuur zich herinnerde dat aartsengel Michael hem wonderolie had beloofd om zijn leven te redden. Zijn zoon Seth die naar de poorten van het paradijs werd gestuurd om de olie te verlangen, krijgt daarentegen van de aartsengel een twijg waaruit de reddende olie zou komen, maar pas over vijfduizend vijfhonderd jaar. Seth komt bij zijn vader terug en vind hem dood; om de twijg dan maar op zijn graf te planten. Uit de twijg groeit een boom, die Salomon bij de bouw van de tempel tevergeefs probeert te gebruiken, daar telkens wanneer het hout is gezaagd blijkt het te groot of te klein te zijn. Toen werd het als brug over de rivier Siloah gelegd.
Toen de koningin van Sheba zich op reis naar Salomon begaf ziet ze de houten brug en komt er op wonderbaarlijke wijze achter dat de Verlosser aan dat hout gekruisigd zal worden. Ze herkent het hout van de boom des levens. Ze doet deze voorspelling en knielt neer om het te vereren. Profetisch zegt ze tegen Salomon: dit hout zal het einde van het koninkrijk der joden bewerkstelligen. Om te voorkomen dat deze profetie met deze heilige boodschap bewaarheid zal worden werd de brug verwijderd en laat Salomon het hout in de beek Betsaida ingraven.
Maar het hout komt weer te voorschijn en word gebruikt om het kruis te bouwen waaraan Christus werd gekruisigd. Het kruis is na de kruisiging begraven.
Driehonderd jaar later had Constantijn aan de vooravond van de slag tegen Maxentius bij de Melvische brug een visioen: er verschijnt hem een engel die hem oproept onder het teken van het kruis te strijden. Zo overwint Constantijn en wordt keizer van Rome; daarna bekeerd hij zich en zendt zijn moeder Helena naar Jerusalem om het hout van het ware kruis te zoeken.
De enige die weet waar het zich bevind is een jood met de naam Judas. Wanneer deze niet wil praten laat keizerin Helena hem in een bron werpen. Wanneer Judas na zeven dagen eruit wordt getrokken, verraad hij dat het kruis onder een aan Venus gewijde tempel is begraven. Keizerin Helena laat de tempel verwoesten; de drie kruizen van Golgotha worden aan het licht gebracht, en het ware kruis wordt daaraan herkend dat door om het aan te raken een dode jonge man weer tot leven werd gewekt. Helena brengt de relikwie feestelijk naar Jerusalem terug.
Driehonderd jaar later wordt de relikwie door de koning der Perzen Chosroes na inname van Jerusalem in 615 meegenomen; die zet het kruis in Perzie op een altaar naast de afgodsbeelden om als eredienst te gebruiken.
Heraclius, keizer van het Oost-Romeinse rijk gaat oorlog voeren tegen Chosroes, overwint hem en laat hem onthoofden. Hij keert in pracht en praal naar Jerusalem terug. Maar treft de stadspoorten op een wonderlijke wijze op slot aan. Dan is er een oproep van een engel om op de gelijke deemoedige wijze van Christus Jerusalem in te gaan. Deze oproep volgt Heraclius op en de poort gaat open. Zo werd de relikwie van het ware kruis naar het Heilig Graf teruggebracht.
Vooral dankzij Constantijns moeder werd de godsdienst van Byzantium het Christendom.
Constantijn kwam uit een familie uit Klein Azie die de zon vereerde in de gestalte van Apollo/Mithras,de onverslagen god die door keizer Aurelianus in 274 was uitgeroepen tot oppergodheid van Rome. Van die zon had Constantijn het visioen ontvangen van het Kruis, met het parool ’Onder dit teken zult ge overwinnen’, vlak voor zijn veldslag tegen Licinius. Het symbool van Constantijns nieuwe stad, het latere Constantinopel, werd de stralenkrans van de zon die zo geloofde men, gemaakt was van de spijkers van het Ware Kruis die door Helena waren opgegraven in de buurt van de Calvarieberg. De straling van de zonnegod was zo krachtig dat nauwelijks zeventien jaar na Constantijns dood de datum van Christus’ geboorte Kerstmis is verplaatst naar het wintersolstitium; de geboortedag van de zon. Zowaar een prachtige symbiose hoe het Christendom voortborduurde op de vroegere goden en dit geloof in zich opnam.
In de vijftiende eeuw is de legende van het Heilig Kruis nog levendig aanwezig. De legende van het Ware Kruis van Christus is op magistrale wijze uitgebeeld, zonder zich precies te houden aan het verhaal, in een fresco cyclus door Piero della Francesca in het stadje Arezzo.
We moeten er een hernieuwde oproep tot een kruistocht in zien. Weinige jaren nadat Constantinopel in 1453 door de Turken veroverd was, ontving Piero de opdracht de legende te schilderen. Ook Italië ontkwam in die tijd niet aan de bedreiging van de ongelovigen. In de beide hoofdvakken van deze fresco’s zijn in levendige afbeeldingen van veldslagen de gevechten van keizer Heraclius tegen de Pers Chosroes en van Constantijn de Grote tegen Maxentius uitgebeeld. Voor beide veldslagen gold het aan Constantijn verkondigde woord: ‘In dit teken zult gij overwinnen’.
De figuren op de fresco’s werden door Piero uitgebeeld in de fluwelen mode van zijn tijd. Het menselijk lichaam in zijn fresco had hoge voorhoofden om de ronde vorm van de hoofden en de cilindervorm van de hals te benadrukken.
Is dit niet specifiek voor Piero en heeft hij de hoofden kunstmatig gemodelleerd of had de adel een voornaam voorkomen en was hun uiterlijk echt zo? Was Piero hier een realist?
Laten we aannemen dat de werkelijkheid ze uitermate geschikt maakte. Hun aristocratische waardigheid paste wonderwel bij de distinctie van de architectonische ruimte in het fresco van Piero.
Bij relikwieën vindt vaak een wonderbaarlijke vermenigvuldiging plaats. Het kruis dat Helena ontdekte was gebroken, een stuk bleef in Jeruzalem en gedeelten werden over de kerken van het rijk verspreid. In de crypte van de Jerusalem kerk te Brugge onder de bovenkapel, vindt men de voorstelling van het Heilig Graf waarin het lichaam van Christus na de kruisafneming geplaatst werd. Achter een afsluiting uit kunstsmeedwerk kan men een verguld zilveren kruis bewonderen: het is in laatgotische stijl en bevat een splinter van het ware kruis van Christus.
Islam tegen Christus
De Perzen namen in 614 Jeruzalem in en veroverden het ‘ware kruis van Christus’.
De Christelijke Byzantijnen rusten niet voordat ze het kruis van de zoroastristen weer terug hadden. De Byzantijnen trokken tegen de Perzen op en verwoesten de vuurtempel van Aderbigan.
In december 627 bracht Heraclius de Perzen te Ninive een verpletterende nederlaag toe, waarmee zijn zegetocht begon. Daardoor kwam er een eind in 651 aan het zogenoemde Sassanidenrijk in Perzie.
In maart 630 beleefde Heraclius zijn triomfdag: het ‘ware kruis van Christus’ werd naar Jerusalem teruggebracht en verhoogde zo de heilige status van Jerusalem.
In 627 versloeg Mohammed de Joden van Medina om ze nagenoeg allemaal uit te roeien, waarmee zijn zegetocht begon.
In maart 630 keerde Mohammed na Mekka herwonnen te hebben triomfantelijk terug in Mekka en verhoogde zo de heilige status van Mekka.
De Christenen maakten door de vernietiging van het Perzische rijk de weg vrij voor de islam in heel Arabie, doordat dit was bevrijd uit de klauwen van de Sassaniden.
Bijna op dezelfde dag toen het ‘ware kruis van Christus’ in Jerusalem terugkeerde, rezen halve maan en sikkel in Mekka.
Een synchroon gebeuren waar men lang over kan denken.
De Byzantijnse Christenen hadden de ruimte gecreëerd voor de uitbreiding van de Ismaëlieten, door het Sassaniden rijk te verslaan.
Geven de Christenen Anno 2000 Europa prijs aan de Islam, nu er zoveel moslims naar Europa overgeheveld zijn?
Europa wordt prijsgegeven aan de Islam, wanneer Turkije tot Europa toetreedt, want er worden nergens zoveel moskees gebouwd als in Turkije en onder auspiciën van Turkije in Europa.
Mocht men door multicultureel gelul daar anders over denken, dient men te weten dat het oost Romeinse imperium Byzanthium dat een millennium bestond en onder Basileius Justinianus zich uitstrekte van Mesopotamie tot het Atlas gebergte. Wanneer tegenwoordig de Turken hun talrijke nieuwe moskeen gretig met de naam “Fatih” smukken, dient men eveneens te weten, dat daarmee de Osmaanse Sultan Mehmet II “Fatih” , dat betekent ‘de veroveraar’ is bedoeld. Hij is degene die het grandioze Christelijke bolwerk Constantinopel aan de Bosporus in het jaar 1453 de doodsteek toebracht.
Toen Constantinopel in 1453 in handen van de Turken viel werden ze een bedreiging voor Europa en rukten ze op tot aan Wenen. Eeuwenlang rekruteerden ze hun leger van de Janitsaren uit Christenkinderen van de Balkan.
Hoe Turken over Christenen denken vraag dat maar aan de Armeniërs. De Armeense Kerk is de oudste Christelijke kerk. De genocide onder Armeniërs duurde van 1894 tot 1920. Het aantal slachtoffers wordt geschat op anderhalf miljoen.
Europa maakt ruimte voor zijn Islamisering en wel onder aanvoering van de verrader (zijn gezicht spreekt boekdelen) Berlusconi. Onder zijn regie werd de Europese Grondwet ondertekend op het Capitool. Curieus op 29 oktober (2004), de dag waarop de eerste Christelijke keizer Constantijn in 312 zegevierend Rome binnentrok, waarna Rome definitief een Christelijk territorium werd.
Daarom de daad van Judas Berlusconi. De gigantische bronzen buste van Constantijn liet hij weghalen uit de zaal waar de handtekeningen werden gezet.
De Christelijke keizer, de man die mede verantwoordelijk is voor de Christelijke geschiedenis van Europa, moest ruimte maken voor de nieuwe Europese leiders die in hun grondwet op geen enkele wijze meer refereren aan Europa’s Christelijke verleden.
We hoeven ons geen illusie te maken over Turkije en ook niet over Libië van Kadaffi (deze wolf in schaapskleren) met zijn toenadering tot het westen, alhoewel hij gelijk heeft dat Europa haar eigen graf graaft als zij Turkije opneemt; volgens hem is Turkije het nieuwe paard van Troje.
De huidige premier van Turkije Erdogan zei over democratie, dat was een trein waarin hij stapte en wanneer hij daar was, waar hij zijn wilde , weer uitstapte en dichtte het volgende en droeg dat voor in 1998, bij het begin van zijn politieke carrière:
Moskeeën zijn onze kazernes
Minaretten onze bajonetten
De koepels onze helmen
En de gelovigen onze soldaten
De Koran behoort zo duidelijk tot de Arabische natie dat hij in geen enkele taal vertaald mag worden. Toch bevatten deze Arabische teksten volgens de Islam Allah’s boodschap voor de hele mensheid. De hele mensheid moet moslim worden en iedere moslim moet Arabisch leren om Allah’s boodschap te kunnen verstaan. Hiermee claimt de Islam de wereldheerschappij.
De haat van de islam tegen de Joden heeft zijn bron in de rivaliteit tussen Sara en Hagar, de stammoeders van respectievelijk de Joden en Arabieren.
De verstoting van Hagar en Ismael heeft een diepe betekenis voor het Arabisch volksbesef. Hier ligt de wortel van de jaloezie en haat die de Arabieren tegen de Joden hebben.
Volgens de Islam was niet Isaak de zoon der belofte maar Ismael.
Het bestaan van Israël is de oorzaak van 1.1.9.01.
Osama bin Laden liet in een tv spot weten dat hij op het idee was gekomen om Amerikaanse wolkenkrabbers aan te vallen toen hij Israëlische vliegtuigen torenflats in Libanon zag aanvallen.
Islam-Terrorisme><Metabletica
Voor Metabletica was J.H. van den Berg reeds met jaartallen bezig en boeit hem de datering van een gebeurtenis die iets nieuws laat zien. In de compositie van Metabletica wordt er in het laatste hoofdstuk een synchronisme behandeld als een ‘ver-verwijderd-verband’, later een heteroloog synchronisme genoemd; namelijk de betekenis Von der Freiheit eines Christenmenschen van Luther en Mona Lisa zou identiek zijn.
De opzet was een tweede deel van Metabletica te maken. Er was echter zo veel materiaal over het menselijk lichaam en het leven in meervoud voor handen dat dit in drie boeken ondergebracht werd.
De metabletische onderzoeken van Het menselijk lichaam dl.I Het geopende lichaam, Het menselijk lichaam dl. II Het verlaten lichaam en Leven in meervoud bezitten dezelfde compositie als Metabletica met een synchrone structuur in de laatste hoofdstukken.
De synchronismen dringen zich dermate krachtig op, zodanig dat zich in 1968 een metabletische methode heeft uitgekristalliseerd, waarvan het beginsel der gelijktijdigheid een van de zes beginselen is.
Vanaf 1968 werd de leer der veranderingen steeds meer een leer der gelijktijdigheden.
En vanaf 1968, lezen we in het woord vooraf van Gedane Zaken, werd ze met nadruk maatschappijkritisch. Daar kwam duidelijk naar voren dat toen Van den Berg zijn ‘leer der veranderingen’ ontwikkelde, de metabletica geheel onder invloed van de tijdgeest stond en dat de metabletische reeks niet slechts had gereageerd op zijn tijd, ze had ook vanuit haar ge-ageerd. De Reflex 1973 had dan ook expliciet in de ondertitel ‘metabletische tegelijk maatschappijkritische studie’.
De opstandigheid van J.H,. van den Berg en het maatschappijkritische gehalte van de metabletica wordt bevestigd in 2002 door Boude bewoordingen van Hub Zwart. Dit gebeurt vooral aan de hand van Medische macht en medische ethiek. Dit boekje van J.H. van den Berg verschenen in 1969 blijkt metabletisch significant te zijn en wordt door Boude bewoordingen uitdrukkelijk maatschappijkritisch ingelijst.
Wat is de oorzaak van de synchronismen? Het antwoord In Metabletica van God 1995 luidt: de synchronismen worden veroorzaakt door het grote synchronisme, beter te heten: de Grote Synchronisator. De Eerste Beweger. God verandert- en ziedaar, synchroon verschuift alles.
Uiteindelijk in 1999 in een Amerikaanse bundel Metabletics: J.H. van den Berg’s Historica/ Phenomenology mondt de leer der veranderingen onomwonden uit in de korte afdoende verklaring dat synchroniciteit in de geschiedenis de harde kern van metabletica is.
Voor wat betreft synchroniciteit zijn de belangrijkste jaartallen 1968 en 1999.
Aangaande de maatschappijkritische inhoud zijn dit de jaren 1969 en 2002.
Tussen 1968-1972 werd er om de week een toestel gekaapt. Vier kapingen van vliegtoestellen op een dag gebeurde ook op 6 september 1970. Ook toen mislukte een kaping.
Het vliegtuig van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Ai, onderweg naar New York maakte een tussenlanding op Schiphol.
Vier kapers van Yasser Arafats bevrijdingsorganisatie PLO zouden er aan boord gaan. Het volksfront vond dit het minimum aantal personen om een kaping te doen slagen.
De veiligheidsdienst van El AI weigerde twee kapers in te checken omdat ze deze passagiers niet vertrouwden.
De twee andere kapers besloten toch door te zetten en probeerden het vliegtuig te kapen. De piloot van vlucht Ei Al 707, Uri Bar-Lev, besloot de kapers te weerstaan. Hij deed de deur van zijn cockpit dicht en joeg zijn toestel in een duikvlucht omlaag.
De kapers tuimelden om en werden uitgeschakeld door twee veiligheidsmensen van El Al.

Leila Khaled
De eerste ‘succesvolle’
vrouwelijke vliegtuigkaper.
Maar haar tweede
kaping mislukte.
Een mannelijke kaper werd gedood, een vrouw — de veel gezochte, charismatische Leila Khaled — bewusteloos geslagen. Vlucht 707 landde later met een noodlanding veilig in Londen.
Om de mooie Leila Khaled (ze, the girl with the gun, siert het omslag van Het aanzien van 1970) vrij te krijgen, werd 9 september nog een vliegtuig gekaapt. Na de onderhandelingen kwam ze vrij.
De eerste succesvolle kaping 29 augustus 1969 die Leila Khaled ondernam had haar veel voldoening verschaft en werd ze zeer bekend. Om haar kaperspad te vervolgen was ze na de vele publiciteit genoodzaakt haar gezicht door een plastisch chirurg te laten veranderen; maar haar tweede kaping mislukte.
Ze werd niet gestraft. Ze had geluk; pas later kwam de instructie die politieteams krijgen tijdens de voorbereiding op confrontaties met terroristen: `Schiet eerst de vrouwen neer’.
Opvallend aan de terroristische acties in viervoud zijn het mislukken van een ervan. Zowel in 1970 als 2001, maar ook in Madrid en Londen ging er steeds een verkeerd.
In 1970 ging de vlucht van Leikla Khaled fout. In 2001 stortte een vliegtuig in Pittsburgh neer. In Madrid ging het bij een van de treinen mis en in Londen werden drie in de metro maar een noodgedwongen in ‘n bus gepleegd.
Zit er systeem in dan kan men een actie verwachten, na vliegtuigen auto’s trein en metro, met een boot, een ferry of cruiseschip. Ook komt iets met de fiets in beeld een criterium of zo.
Bij de fiets is Nederland misschien aan de beurt. Na de VS Europees Turkije, Spanje en Engeland zou Nederland een logische volgende zijn. Maar dit alleen wanneer er ergens een centrum is, waar acties worden gepland, waar terecht grote twijfels over zijn.
Een parallel tussen de metabletica en het islamterrorisme is haar protest tegen de mobiliteit.
Het wezen van het maatschappijkritische gehalte in het metabletische oeuvre is De Reflex daar wordt maatschappijkritiek gelijkgesteld met metabletische studie.
De kern van deze studie laat zien aan de hand van de ontwikkeling van de moderne vervoersmiddelen macadamweg – trein – asfalt – fiets – auto en de algehele motorisering; dat gelijktijdig daarmee het reflexmatig bestaan zijn beslag kreeg want op de snelweg zijn alle standen tot op het asfalt vernietigd, in een staatsvorm die alle mensen gelijkheid beloofd; een belofte die Goddeloos is.
De Reflex eindigt met de Bijbelse vaststelling:
breed is de weg die tot het verderf leidt,
smal het pad dat naar het leven voert
Wie het leven zoekt gaat alleen.
Het islamterrorisme richt zich tegen de symbolen van de westerse levenswereld en valt de knooppunten van haar mobiliteit aan. De moderniteit van de westerse samenleving is haar mobiliteit en haar openbare ruimte die de grondslag vormt voor de democratie. Uiteindelijk zijn de aanslagen daarop gericht. Op de ruimtelijk vrije samenleving.
Daarin zijn islam-terrorisme en metabletica een eenheid.
In een logica der coïncidenties is voor de metableticus het vergelijken van jaartallen een leerrijke bezigheid.
In 1968 heeft de metabletische methode een concrete vorm aangenomen. Het beginsel der gelijktijdigheid is een van de zes beginselen.
In 1970 werden voor het eerst simultaan op een dag vier vliegtuigen gekaapt
In 1999 is synchroniciteit, gelijktijdigheid in de geschiedenis de kern van de metabletische methode.
In 2001 de simultane kaping op een dag van vier passagiersvliegtuigen voor gebruik als aanvalswapen.
Het substraat in contradictie
van
Islamterrorisme >< Metabletica

[Het einde van de westerse Joods-Christelijke wereld!]
Bibliografie:
11 September. De aanval, de mensen, hun verhaal 2002
Na de aanval 2002
Het aanzien van 1970
Karen Armstrong: Een geschiedenis van God 1995
J.H. van den Berg: Metabletica 1956
Het menselijk lichaam. Deel 2 1961
Leven in meervoud 1963
Metabletica van de materie 1968
Medische macht en medische ethiek 1969
De reflex 1973
Gedane zaken 1977
Koude rillingen 1984
Metabletica van God 1995
Metabletics:lts Origin and Application in Metabletics:J.H. van den Berg’s Historical
Phenomenology 1999
We hebben onze principes prijsgegeven-Interview met J.H. van den Berg door
Koert van der Velde-Trouw-11.9.01
Jacques Claes-Waken bij werkelijkheid 1994
Hein van Dongen-Er komen andere tijden-Tijdschrift voor
Parapsychologie juli 2002
Moishe Feldenkrais -Der aufrechte Gang-1982
Luis Femandez-Galiano-Verslag uit het glazen park-Archis 6/2001
Joseph Finder-Het uur nul-1996
Ruud Hemel-Logica der coïncidenties
Victor Hugo:De klokkenluider van de Notre Dame
Charles Jencks:Kritisch modernisme en de verantwoordelijkheid van
de professionals-Archis 2001
Carl Gustav Jung-Synchroniciteit-2000
Arthur Koestler-De menselijke tweespalt-1981
Eileen Macdonald-Schiet eerst de vrouwen neer-1993
Elisabeth Mardorf-Dat kan geen toeval zijn-1999
Jack Miles-God een biografie-1996
Wilmos Oosterhoff–Wat drijft de islamisten-2003
Willem J. Ouweneel-De zesde kanteling-2000
Hans Ree-Verdwaasde oorlogsstemming-NRC/H 2001
Colin Thubron-Jeruzalem-1976
Ernst Senkowski-Zufatt,Schicksal und Paranormale Phíinomene-
Transkommunikation no. 4 2002
W. von Scholz-De rol van toeval en noodlot in ons leven-1960
Thiede/dÁncona: Het ware kruis van Jezus Christus. 2001
Pieter van der Ven-Eerherstel voor een izegrim-Trouw 3.12.02
J.J.A.Zuidweg-De duizend en een nacht der Heiligenlegenden-1958