Omstreeks 2015 vertelde Andre Gielis me dat hij Het menselijk lichaam had herlezen en dat hij opnieuw onder de indruk was.

Andre Gielis
Metabletica kenner
met zijn licentiaatsverhandeling De psychologie in het metabletisch denken van Prof. Dr. JH van den Berg 1977
Ik besloot dit boek weer te lezen en had de keus tussen de eerste druk en de 5e druk, een paperback. De 1e druk had ik ooit uitgeleend en pas na nogal wat tijd weer in huis gekregen en had daarom een nieuw exemplaar gekocht. Ik herlas de 1e druk.
Bij de Pest van Justinianus gekomen las ik dat Van den Berg onomwonden schreef dat hij geen uniek voorval voor de Pest van Justinianus met de metabletische incubatie-tijd van 40 jaar, kon vinden. Terwijl ik toch in mijn metabletisch bewustzijn dat het unieke voorval De regel van Benedictus was.
Bij inspectie bleek dat wel in 5e druk te staan. De 2e druk was gelijk aan de eerste. Zo kwam ik erachter dat 3e druk een nieuw voorwoord en met 10 pagina’s was uitgebreid en 4e druk met weer een nieuw voorwoord en 4 extra blz.
Het voorwoord bij de 3e druk beslaat 7 zinnen, die ik onderstaand letterlijk weergeef:
“Gesteund door op- en aanmerkingen van nauwlettende lezers
– die ik bij dezen gaarne dankzeg – bracht ik in de derde
druk talrijke, goeddeels kleine correcties aan. Op een enkele
plaats werd de tekst of een noot uitgebreid. Geen der verande-
ringen echter voerde tot een wijziging in de oorspronkelijke
gedachtengang. Ook de plaat uit Highmorus’ Anatomie, in de
derde druk opgenomen, is niet meer dan een toevoeging.” Juni 1960
Ik vond het apart dat het nieuwe unieke voorval geen vermelding kreeg.
Het relaas hierover staat hier onder:
Metabletische epidemiologie
Het is onloochenbaar dat de metabletica uitermate speculatief is en dat geldt in ultieme zin voor de metabletische incubatieperioden, de metabletische futurologie en de metabletische epidemiologie en helemaal voor deze leer der gelijktijdigheden met God als Grote Synchronisator.
Afkeer van de metabletische coincidenties De benadering van Van den Berg kost moeite om te accepteren. De conclusies, uitkomsten van zijn leer brengt veel ressentiment teweeg en velen vinden de metabletica op zijn minst omstreden, eigenlijk onaanvaardbaar. Dit leidt ertoe dat nogal wat metabletische inzichten worden verzwegen.
Dat bleek nog weer eens uit een recente uitgave De zwarte dood Hoe de pest Europa veranderde 2018. De auteur Mark Heirman is op de hoogte van de metabletica, maar de verwantschap anatomie-pest komt bij hem niet aan de orde, ondanks dat hij in zijn boek over de pest wel over Mondino dei Luzzi (bij Van den Berg Mundinus) en Vesalius schrijft. Heirman haalt daarbij de publicatie van Jacques Claes Psychologie: een dubbele geboorte 1980 aan, zodat hij niet op de duidingen van Van den Berg hoeft in te gaan. Deze verbanden die de metabletica legt zijn aanstootgevend want zelfs bij Claes zijn ze in het betreffende boek van hem niet te vinden. Bij Claes valt dit nog meer op dan bij Heirman, daar Claes ondanks dat Van den Berg geen school maakte zich het meest als leerling heeft geprofileerd.
Om niet in te gaan op bepaalde metabletische inzichten is niet onlogisch. De metabletische leer is nogal gebrekkig in de theorie met veel leemtes, iets dat Van den Berg zich terdege van bewust was, hij kwam niet op de proppen met een afgeronde leer, en voor mij is dat een van de grote charmes van zijn benadering. Hoe hij daarmee zelf worstelde blijkt uit het volgende.
Het menselijk lichaam Het geopende lichaam dl. І In het woord vooraf (okt. 1959) schrijft Van den Berg dat de voorbereidingen voor het tweede deel van Metabletica waren reeds enigermate gevorderd, toen bleek dat het hoofdstuk gewijd aan het menselijk lichaam een omvang verkreeg die een aparte publicatie alleszins billijkte. Hij liet de bewerking van het tweede deel van Metabletica rusten en richtte zijn aandacht op het te groot geworden hoofdstuk om te bemerken dat de lotgevallen van het menselijk lichaam te groot was zelfs voor een boek zodat hij het splitste in twee delen.
De pest van Justinianus
Van den Berg vraagt: pest een metabletische ziekte? Hij komt tot een verwantschap tussen de pest en anatomie, de opening van het menselijk lichaam met een incubatie tijd van veertig jaar. Dan gaat Van den Berg met de pest van Justinianus 542 zijn idee toetsen. Een proef op ijle argumenten, wil de pest van Justinianus een metabletische oorsprong bezitten dan is er de onderstelling dat in ongeveer het jaar 500 een verschuiving in levenspatroon heeft plaatsgevonden.
Van den Berg geeft toe dat deze gedachtegang weinig gegrond is. Hij slaagt er niet in een voorval tan aanzien van de pest van Justinianus aan te wijzen. Van den Berg zegt: ik kan het niet. Ik schiet te kort. Wanneer hij dat alsnog wil toeschrijven aan een leemte in de geschiedschrijving vind Hub Zwart dat in Boude bewoordingen een enorm zwaktebod van de metabletica. Van den Berg steekt wel de hand in eigen boezem om zijn wijze van denken nog in staat van geboorte verkeert om het ontstaan van een ziekte te peilen. Dit naar de eerste druk van Het menselijk lichaam Het geopende lichaam.
Het menselijk lichaam Het geopende lichaam 3e druk
De tweede druk is gelijk aan de eerste. Maar in de derde druk zijn er nog al wat noten nieuw of uitgebreider. En tot grote verbazing, in deze 3e druk komt Van den Berg met een ‘voorval’ (waarvan in de eerste 2 drukken geen sprake van was), te voorschijn, op blz. 132-137 die in de derde druk zijn toegevoegd. Benedictus met zijn regel die in 503 werd geïnitieerd toen hij de sacro speco verliet en het uitbreken van de pest van Justinianus ligt de periode van veertig jaren.
In het woord vooraf van de derde druk voegt hij het volgende toe: Gesteund door op- en aanmerkingen van nauwlettende lezers -die ik bij deze dankzeg -bracht ik in de derde druk talrijke, goeddeels kleine correcties aan .Op een enkele plaats werd de tekst of een noot uitgebreid. Geen der veranderingen echter voerde tot een wijziging in de oorspronkelijke gedachtegang. Ook de plaat uit Highmorus’ Anatomie , in de derde druk opgenomen, is niet meer dan een toevoeging. Juni 1960
Hij spreekt niet over de toevoeging van een belangrijk voorval. Waarom? Camouflage om zijn concept niet te gebrekkig voor te stellen om de vraag naar verdere omissies niet uit te lokken.
Eveneens in de derde druk op blz. 170 een interessante noot over de befaamde derde borstheffer waarover een monografie te schrijven zou zijn.
Ook nieuw in de derde druk, waar Van den Berg schrijft : Misschien deed de dertiende eeuw, in een proces dat vrijwel geheel onbekend is, uit de hoofse liefde de moderne verliefdheid voortkomen en voegt in de derde druk noot 16a op blz.236 toe. ‘Mij is slechts een geschrift bekend dat dit proces op inspirerende wijze tracht te doorgronden: het werk van Denis de Rougemont, L’amour et l’occident, dat mij bij het schrijven van dit hoofdstuk zeer heeft geholpen. Dit zou voor de eerste twee drukken niet zo zijn? Niet alleen dit werk maar het oeuvre van de Rougemont is belangrijk voor Van den Berg geweest.
In Metabletica van de materie blz. 300 schrijft Van den Berg Ik wil hier nog eens wijzen op een der fraaiste ,,metabletische opstellen” aan Panofsky’s Gothic Architecture and Scholasticism, maar we kunnen eveneens een metabletisch gehalte aan L’amour et l’occident toekennen.
Van den Berg in strijd met zijn idee
De 4e druk van Het menselijk lichaam Het geopende lichaam
De toevoeging aan het woord vooraf van de 4e druk: In de vierde druk werden tal van kleine , vooral stilistische correcties aangebracht. Voorts zijn Galenus’ en Harvey’inzicht in de bloedbeweging met twee schematische tekeningen verduidelijkt. Ik vertrouw, dat daardoor de bijbehorende tekst, die als bleek moeilijkheden gaf, toegankelijker werd. Inmiddels verscheen het tweede en afsluitende deel van dit onderzoek. Beide delen vormen een eenheid. Mei 1962. Deze toevoeging is adequaat, maar de toevoeging aan de 3e druk is te weinig zeggend, slaat onvoldoende op het belang van het voorval ‘Benedictus’. Alsof hij de afwezigheid van het voorval in de eerste twee drukken wil verdonkeremanen. Misschien voldeed het voorval ‘Regel van Benedictus’ niet geheel. De verwantschap tussen de pest en het openen van het menselijk lichaam door middel van de zwarte dood en zijn temporele verschijning maakt Van den Berg voor mij plausibel, maar waarom De Regel van Benedictus tot de Pest van Justinianus zou voeren, daar is niet in te komen en komt ook bij Van den Berg niet uit de verf. Hij blijft er mee bezig, daar is de nieuwe noot in de 6e druk uiting van. Van den Berg schrijft daar op blz. 133 van de 6e druk: In de wens te wijzen op een voorval, “gelijk in belang , gewicht en in aard” aan het voorval van Mundinus (de eerste opening van het menselijk lichaam) dat de verandering van het menselijk lichaam gedurende de dertiende eeuw samenvat en bevestigt, en dat tegelijk de aankondiging inhoudt van een vernietigend lijden, zoek ik naar een voorval “als dat van Mundinus” -en vind ik niets. Dan komen de nieuwe noten, waaruit blijkt dat hij naar nadere samenhang zoek; 13a blz. 132, Niet onbelangrijk is dat-volgens mededeling van de heer J.H. van der Werff- tegen het einde van de vijfde eeuw de gekruisigde Christus, zowel Daniel in de leeuwekuil, in de kunst niet meer naakt maar gekleed worden afgebeeld. En 13b Behalve het gegeven van noot 13, dat nog op een bewerking wacht. Er is geen bewerking gekomen, dat geen wonder is bij Van den Berg, die eigenlijk over alles wilde schrijven. In het veel latere Aids 1991 Pest Syphilis Aids Over een metabletische oorzaak van pandemieën komt de Pest van Justinianus niet aan de orde.
Vanaf de 5e druk van Het menselijk lichaam dl. І zijn de toevoegingen aan het woord vooraf van 3e en 4e druk verdwenen.
Syphilis
Het is duidelijk dat Van den Berg niet tevreden was, dat hij niet in staat was tot een goed voorval ten aanzien van de Pest van Justinianus te komen bewijst het zoeken met incubatietijd om de oorsprong en oorzaak van syphilis te duiden, Van den Berg gaat met nieuwe middelen te werk, naar een veranderd levenspatroon, eerst met de metabletische incubatietijd van veertig jaar. Hij bedient zich van een methode door hem ‘omsingelende werkwijze’ (blz. 140 6e druk) genoemd. Hij krijgt een voorval in het vizier namelijk Thomas a Kempis De imitatio Christi, maar tussen dit voorval en het uitbreken van de syphilis ligt het tijdvak van tachtig jaren en Van den Berg vraagt zich af (blz. 153 6e druk): “Bestaan verschillen in ‘metabletische incubatie perioden’, waardoor de tijd gelegen tussen voorval en ziekte bij een venerische ziekte tweemaal zo lang duurt als bij de pest? De vraag ontbeert zoveel grond, dat zij ternauwernood gesteld mag worden”. Het is merkwaardig dat Van den Berg, die toch gek is op jaartallen het jaartal van publicatie van De navolging van Christus in Het menselijk lichaam. Het geopende lichaam, hier niet noemt. In Metabletica van de materie is het tussen 1420 en 1424 verschenen (blz. 253, 305), en komen we op een incubatietijd van circa 70 jaar, maar Van den Berg refereert er in Het menselijk lichaam niet naar.
Ten aanzien van syphilis staat in de eerste druk van Het menselijk lichaam dl.1 op blz. 136 Het voorval ontbreekt niet om op blz 141 De navolging van Christus te promoveren tot “voorval”, maar in de derde druk op blz. 144 staat Het feit ontbreekt niet. Verandering van voorval naar feit. Symptomatisch voor zijn twijfel naar het zoeken naar zijn metabletische duidingen.
In Aids begint syphilis in 1494 en met grote vanzelfsprekendheid neemt Van den Berg hier aan dat het tijdvak van ongeveer veertig jaar ook bij de syphilispandemie geldigheid heeft dan moet de metabletische veroorzaking omstreeks 1454 liggen (blz. 39) en Van den Berg wijst het schilderij van Jean Fouquet van Agnes Sorel aan, la belle Agnes, Dame de Beaute, die in 1450 overleed en het schilderstuk werd na haar dood vervaardigd. Iets meer dan veertig jaar later begint de syphilispandemie. Syphilis, en met inzicht van de metabletische veroorzaking van aids, benoemt hij het een ziekte van het slijmvlies. Op het slijmvlies van de geslachtsorganen, van de kussende mond , begint syphilis. Dit is het metabletische verband dat ik hier leg (blz. 44). Deze is nieuw en Van den Berg bekent dan ook dat de metabletische verklaring in Het menselijk lichaam deel 1 had hij destijds andere gedachten en verving die door de uitleg van het boekje Aids.
Deze Agnes Sorel als madonna was al een ‘uniek voorval’, die in het gesloten gelid van Metabletica van de Materie (blz. 367 e.v.) mee paradeerde.
40 jaar
Het menselijk lichaam in 2 delen en het laatste hoofdstuk van deel 2 (blz. 330 5e druk) Het verlaten lichaam geeft expliciet acte de presence van de metabletische incubatieperiode van 40 jaar. De periode van de opening van het lichaam, van Mundinus tot Harvey, wordt nauwgezet vergezeld door de pest. Ongeveer veertig jaar na de eerste snede ontstaat de zwarte dood, ongeveer veertig na Harvey’s bloedsomloop beëindigd de laatste grote pandemie de drie eeuwen pest. Veertig jaren. Het kost geen moeite verder te gaan. Het jaar 1874; de jaren rond 1900. Het jaar 1914. De jaren rond 1940 De jaren van Sulzer en Haller brengen mij (steeds met de periode van veertig jaar) in de Franse revolutie. In de geschiedenis van de opening van en van de penetratie van ’s mensen lichaam zijn een vijftal uitzonderlijke tijdstippen te onderscheiden. Zij worden gevolgd door vijf rampen. Voor Van den Berg is dit verband onontkoombaar. Hij zegt erbij wat het getal veertig betekent in de metabletica van ons lichaam wordt niet opgehelderd. Het getal is duister. -De Spaanse Griep met zijn 25 miljoen doden is blijkbaar niet metabletisch significant, door haar tijdelijkheid. En ze had geen cultuurhistorische impact, zie Gina Kolata Griep Het verhaal van de grote influenza epidemie van 1918 en de zoektocht naar het dodelijke virus-.
Eveneens functioneert in Leven in meervoudde incubatietijd van veertig jaar. De structuur van Leven in meervoud is (blz.304 e.v.) dat de effecten van de inzet van 1740 is dat zijn in de jaren ‘80,90 van de achttiende eeuw, dat is veertig jaar later. In de veertiger jaren van negentiende eeuw merkwaardige effecten: de narcose en de foto en het marxisme met het voetbalspel. De volgende fase is die van de jaren ’80, 90’ van de negentiende eeuw; opnieuw veertig jaar na de “inzet” van deze fase in de jaren ’40. Veertig jaren! De periode heeft een betekenis, doch daaraan hier geen aandacht. De vermenigvuldiging der mensen vanaf 1740 heeft geen grond , dan alleen deze ‘metabletische’, dat het subject toeneemt als het object ontregelt raakt. Vóór het begin van de zwarte dood zet in Europa een bevolkingsvermindering in, die haar schrikwekkende voortzetting vindt in de grote pestpandemie. Hij wil in een metabletica van de stof op deze verbanden uitvoeriger ingaan. Maar in Metabletica van de materie gaat hij daar helemaal niet op in. Ook werkt hier blijkbaar geen metabletische incubatietijd van veertig jaar. Maakt Metabletica van de materie daarom de indruk van zijn evenwichtigste boek? Eveneens geen incubatietijd in De reflex dat methodisch nog dicht tegen Metabletica van de materie aanzit. Wel weer in Gedane zaken met als ondertitel “Twee omwentelingen in de westerse geestesgeschiedenis” maar ook “Metabletica van de materie deel ІІ”. Eigenlijk is het een metabletica van de toekomst waarin de structuur van een hink-stap-sprong. De jaartallen van de eerste hink-stap-sprong tweede hink-stap-sprong
1687-1699 1894-1907
1733-1749 1945-1960
1781-1800
In Gedane zaken (blz.200 e.v.)Tussen de eerste geestesomwenteling kort voor 1700 en het begin van de vroege gevolgen daarvan liggen dertig a veertig jaar. De termijn van bijna veertig jaren scheidt de geestesomwenteling omstreeks 1900 en de vroege gevolgen van 1945 tot 1960. Voorts heeft de tijdsspanne tussen de vroege gevolgen van kort voor 1700 en het begin van de late gevolgen eind achttiende eeuw de grootte van ruim dertig jaar. Dan zullen de late gevolgen van de tweede geestesomwenteling verwacht mogen worden omstreeks het jaar 2000. Wie de jaartalen vergelijkt komt tot de conclusie dat het eerste teken van de toekomstige revolutie of cataclysma te verwachten is in of omtrent het jaar 1995, het laatste teken ervan in of omstreeks het jaar 2015. De sprong beslaat dan deze twintig jaar van 1995 tot 2015. Dertig a veertig jaar. Telkens presenteert zich deze tijdsafstand wanneer een historische opeenvolging als een verband van oorzaak en gevolg begrepen kan worden. Bij belangrijke verbanden moest Van den Berg reeds enkele keren op de tijdsafstand van veertig jaar wijzen. Waarom veertig jaar? Veertig jaar duurden de omzwervingen van de joden tussen Egypte en Palestina. Heeft het iets te betekenen? Wanneer de synchronismen in Metabletica van God door middel van Van den Berg onder de regie staan van de Grote Synchronisator, dan is men genegen het antwoord daar te zoeken. Maar schrijft van den Berg: Ligt de adempauze zozeer in ons bestaan verankerd dat omstreeks veertig jaar de periode werd waarna, in het algemeen, een verandering werkt? Van den Berg bekent: Ik weet het niet Blz. 201).
Aids
Na 1977 Gedane zaken komt Van den Berg nog in Aids 1991 op de veertig jaar terug. Methodisch door tot een nieuw ‘voorval’ van Syfilis te komen en de metabletische oorzaak van aids op te sporen. Het begin van aids dateert hij in 1977 en de vraag is wat gebeurde , inhoudelijk samenhangend met de ziekte genaamd aids, veertig jaar voor 1977? Dat zijn de afkondiging van de Neurenberger rassenwetten in 1935 en de Kristallnacht van 1938. De mentaliteitsverandering van deze jaren verwekte aids en ontwikkelingshulp (blz. 51). Aids is het gevolg van het moderne, onredelijke, westerse anti-racisme. In de Telegraaf van 11 okt. 1980 gaf hij daarvan reeds blijk met een interview onder de kop “Ontwikkelingshulp moet worden gestopt”. In Gedane zaken was al sprake van ‘omgekeerd racisme’. Wat de metabletische incubatietijd betreft zegt Van den Berg in Aids (blz.45): Dat een bepaalde periode nodig is om een mentaliteitsverandering tot culturele of algemeen-maatschappelijke, zelfs medische effecten te brengen, lijkt aannemelijk. Maar waarom of waardoor dertig of veertig jaar? Hier ontbreekt nog elk antwoord.
Om toch misschien een heel klein begin van antwoord te krijgen; cybernetisch neigen de verschijnselen naar evenwicht. Veertig jaar. Ooit las ik ergens. Er worden 2% meer jongens dan meisjes geboren. Na 40 jaar is hun aantal weer gelijk.
Bibliografie;
Van den Berg, J.H., (1e druk okt.1959). Het menselijk lichaam Het geopende lichaam.
Nijkerk Callenbach
(3e druk juni 1960).Het menselijk lichaam Het geopende lichaam. Nijkerk
(4e druk mei 1962) Het menselijk lichaam Het geopende lichaam. Callenbach Nijkerk
(5e druk mei 1965) Het menselijk lichaam Het geopende lichaam. Callenbach Nijkerk (6e druk z.j.) Het menselijk lichaam Het geopende lichaam. paperback Callenbach
1961 Het menselijk lichaam Het verlaten lichaam. Callenbach Nijkerk
(1963), Leven in meervoud Nijkerk Callenbach Nijkerk
(1968) Metabletica van de materie. Callenbach Nijkerk
1973 De Reflex. Nijkerk Callenbach
1977 Gedane zaken. Nijkerk Callenbach
1991 Aids. Callenbach Nijkerk
1995 Metabletica van God. Kapellen Pelckmans
Jacques Claes (1980) Psychologie, een dubbele geboorte Antwerpen De Nederlandsche Boekhandel
Mark Heirman (2018) De zwarte dood Antwerpen Houtekiet
Thomas van Kempen (1973) De navolging van Christus Bilthoven Ambo
Gina Kolata (2002) Griep Amsterdam De Bezige Bij
Andre Meijer: Ontwikkelingshulp moet worden gestopt Interview met Prof. Dr. J.H. van den Berg De Telegraaf 11 okt. 1980
Erwin Panofsky (1957) Gothic Architecture and Scholasticism. NewYork The New Americain Library
Denis de Rougemont, (1949) Liefde en avondland Amsterdam Uigeverij Holland
Hub Zwart, (2003) Boude bewoordingen. Kampen Klement