Ton Lemaire en Hub Zwart
Het viel me reeds lang op dat Hub Zwart, groot kenner van de metabletica van Van den Berg, in zijn publicaties nergens aan Lemaire refereert. Dit werd me in 2019 opnieuw duidelijk met zijn boek Psychoanalysis of Technoscience, waarin aandacht voor de zaak Eugene Dubois met het hoofdstuk ‘Resurrecting the missing link: the case history of Eugene Dubois’.
Waren het eerder Jacques Claes en Robert Romanyshyn, tegenwoordig bekwaamt Hub Zwart zich steeds meer als metableticus, zonder overigens expliciet naar Van den Berg te verwijzen.
Hub Zwart trekt met een breed front op, zoals het een metableticus betaamt, om het geval Dubois te begrijpen. Met vooral populaire schrijvers, zoals we dat de laatste jaren van hem gewend zijn, in dit geval Jules Verne en Jack London.
Jung en Freud worden aangeboord, om dat meer inhoud te geven mogen Gaston Bachelard en Jacques Lacan ook meedoen. Een heel arsenaal om hem te helpen Dubois te doorgronden. Hub Zwart noemt het geen metabletica, maar voegt aan de metabletiek een begrip toe, namelijk triangulatie dat bestaat uit het vergelijken
en analyseren van dit geval vanuit verschillende invalshoeken. In dit geval van de novellen Jules Verne’s The village in the Treetops en Jack London Before Adam als ‘missing link novels’, met de paleoantropologie van Dubois. Deze bouwen op archetypische visies van oorspronkelijke bewoning in bomen en grotten.
Nu komt Zwart tot een inzicht dat de wetenschappelijke idee naar de missing link en de ideologie van het kolonialisme een intieme betrekking met elkaar hebben.
Hij beweert dat research, onderzoek een bij-product van het imperialisme is.
De invloed van de metabletiek op Zwart is buiten kijf. Bij mij komt de vraag echter op zou Hub Zwart hier ook geïnspireerd zijn door Ton Lemaire.
Expliciet beschrijft Lemaire dat in zijn voorstudie van Over de waarde van kulturen 1976, ‘Het westers kultuurmonopolie’, dat dit een voorstudie is, vermeld Lemaire zelf nergens, maar bij navraag aan Lemaire , gaf hij dit wel toe.
De samenhang etnologie –kolonialisme schemert op verschillende plaatsen in zijn klassieke studie Over de waarde van kulturen van 1976 door. Hier noemt Lemaire de etnologie antropologie en dat deze precies dat beeld bood van de niet-westerse wereld dat de feitelijke kolonisering en onderwerping van de niet-westerse volken rechtvaardigde.
Bij zijn ‘De Bedelaar onderzoek’ had hij wat de flora aangaat steun van Victor Westhoff zodat zijn werk wel wetenschappelijk prestige had. Maar nergens kom ik bij Zwart de naam Lemaire tegen. Zou dat opzet zijn? Zwart doet nogal aan name dropping dus zou je zeggen waarom niet de naam van Lemaire.
Terwijl ze niet alleen qua onderwerpen ook biografisch verwant zijn, beiden beleefden in hun jeugd het doodschieten van een dier traumatisch bij Zwart van zijn hond, dat hem volgens zijn Autobiografische Bijlage ertoe bracht om gedichten te schrijven, ik heb er geen bewijs voor maar het zou me niet verbazen dat Lemaire, ten minste in zijn jeugd, eveneens gedichten schreef. Hij heeft wel, bekent hij ergens, geprobeerd een roman te schrijven. Lemaire werd geschokt door een dodelijk schot op een das, die gevangen zat in een val. Beide zijn liefhebber van het werk van Jack London en wie weet daarom marxistisch georiënteerd. Zwart ging in zijn jeugd ook als indiaan door de natuur in het Limburgse land. Was tot 2018 verbonden aan Radboud Nijmegen waar ook Lemaire tot 1988 aan verbonden was. Hij moet zijn werk wel kennen maar noemt hem nooit. De incrowd rondom Zwart bij Radboud noemen Lemaire wel.
Ron Welters bij voorbeeld haalt Lemaire aan in zijn proefschrift Cycling for Life, met daarin een metabletisch hoofdstuk ‘Metabletics of Spinal Sport When Poion meets Poson’. Hub Zwart was zijn promotor.
Het afmaken van de das was voor Lemaire een negatieve maar zeer fundamentele natuurervaring. Een soortgelijke ervaring komen we ook tegen bij T.H. White. We herkennen een zielsverwantschap van Lemaire met White, in een huisje levend op het platteland, bezig zijn in de natuur met het gezelschap van een hond, lezend en schrijvend. In het boek The Goshawk waar White verhaalt over de wrede dood van een das. De das speelt eveneens een rol als geleerde in zijn beroemde The Once and Future King waarin een das aan een proefschrift werkt waarin het gedachtegoed van Louis Bolk met zijn foetalisatietheorie aan de orde komt.
Zwart staat in het verzwijgen van de naam Lemaire niet alleen. In het boek van de populaire schrijver Frank Westerman Wij de mens 2018 dat zich nogal met Dubois bezighoudt komt zijn naam ook niet voor.
Zwart ontpopt zich als volbloed metableticus en annexeert zelfs Gedane zaken, deze ongrijpbare metabletica van de toekomst, voegt er een hegeliaanse dialectiek aan toe en schrijft ronduit over ‘The Synchronicity Principe’. In zijn artikel ‘The Year 2000’ bouwt hij expliciet op de metabletische methode ontwikkelt door Jan Hendrik van den Berg. De begrippen continuiteit-discontinuiteit met de jaartallen 1700-1900 krijgen hier een dialectische uitbreiding met these-antithese-synthese.
‘The Year 2000’ krijgt plaats in Styles of thinking 2021 (een bewerking van Denkstijlen 2005) en dan is het des temeer vreemd dat Zwart er een slap aftreksel, wat de metabletica betreft, van maakt. Hij refereert in zijn boek zelfs niet aan zijn artikel in ‘Journal of Metabletica’. Van den Berg is bijna niet genoemd, nog net bibliografisch (Van den Berg, 1977). In zijn artikel staat gewoon in de bibliografie Gedane zaken in Styles of thinking echter, is dit Metabletica van de materie 2 geworden. Ook verwijst hij niet naar het metabletisch artikel ‘The Year 1953’, maar schenkt wel aandacht aan de inhoud van dit artikel.
Het Journal of metabletica zal wel geen wetenschappelijk aanzien hebben en Hub Zwart gaat alleen voluit voor de metabletica wanneer hij voor de metabletische parochie schrijft.
Net als zijn vriend Hans Achterhuis, (Zwart refereert wel aan een artikel van Achterhuis), houdt hij van het academisch pluche en daar hoort Lemaire niet bij en Van den Berg eigenlijk ook niet.